Als ik later groot ben…

Een echt duidelijk idee van wat ik later zou willen doen heb ik nooit gehad. Toen ik op de basisschool zat wilde ik, net als praktisch de helft van de andere kinderen, dolfijnentrainer worden als ik “groot” was. Wat de reden was voor mijn keuze van die droombaan weet ik niet want zo’n superfan was ik niet van die dieren, maar goed, alle toekomstige autocoureurs, brandweermannen en popsterren denken ook niet echt na over het waarom. Op de middelbare school had ik even het idee om binnenhuisarchitect te worden en tekende ik plattegronden met inrichtingen van denkbeeldige huizen, totdat ik er achter kwam dat er wel wat meer bij kwam kijken dan tekeningen maken. Toen het tijd werd om een studie te kiezen heb ik dan ook veel testen ingevuld om te ontdekken wat ik dan wél zou willen. Uiteindelijk kwam ik bij journalistiek terecht, niet omdat ik zo graag journalist wilde worden, maar omdat ik wel aardig kon schrijven en het anders ook niet wist.

3721809183_4f64706cdb_o

Later is al bijna hier

Inmiddels is de vraag wat ik later wil doen als ik groot ben nog steeds niet beantwoord, en dat terwijl ik mezelf wel als groot kan bestempelen (wat leeftijd betreft dan, qua lengte is het een ander verhaal). Zo groot of volwassen voel ik me echter totaal niet. Als ik vrienden zie die wel meer richting in hun leven lijken te krijgen wat betreft werk of andere zaken die ze leuk vinden, of anderen van mijn leeftijd zie die echt al iets hebben bereikt, voel ik me af en toe nog een jong meisje. Ik heb nog totaal geen idee wat ik zou willen doen na mijn master, ook al zijn er genoeg dingen die ik interessant of leuk vind. Niet weten wat je wil en wel weten dat je het zo onderhand zou moeten weten is best eng. Later is immers niet meer zo ver weg, later begint al over een jaar.

Dé vraag

Wanneer mensen me nu vragen wat ik precies wil met mijn huidige opleiding en wat mijn ideale baan zou zijn, kan ik dan ook lichtelijk geïrriteerd raken. Ik. Weet. Het. Niet. Wist ik het maar, dan zou ik aan de slag kunnen gaan om dat doel te bereiken. Na deze master is het afgelopen met studeren, dan zal ik mezelf toch echt in het werkende leven moeten gaan storten en tegen die tijd wil ik zo onderhand wel bedacht hebben wat dat werk dan ongeveer moet zijn. Daar heb ik het afgelopen jaar niet echt de tijd voor genomen en daarom zal deze zomer dan ook niet alleen in het teken staan van vakantie vieren, maar ook van die steeds dichter bijkomende toekomst. Wat wil ik worden als ik groot ben? Hopelijk vind ik aankomend jaar eindelijk een  antwoord op die ellendige vraag…

De anti-climax van de afstudeerzitting

Op woensdag 24 juni 2015 was het zover. Hetgeen waar ik vier jaar lang naar toe had gewerkt, en waar ik vooral de twintig weken daar voorafgaand bloed, zweet en tranen voor heb gelaten: mijn afstudeerzitting. Op veel opleidingen werkt het zo dat wanneer de zitting eenmaal is, de student al praktisch geslaagd is. Bij mijn opleiding, Communication & Multimedia Design, is dit geen formaliteit. Studenten kunnen een herkansing krijgen of nog erger; zakken. De gedachte dat een heel groot deel van mijn familie en een deel van mijn vrienden aanwezig zouden zijn, maakte het nog spannender.

20150606_164812
Visuele verwaarlozing maar goede inhoud.

Blegh – ik ben er klaar mee!

Zoals de meeste van jullie nu wel weten ben ik een ongelooflijke stresskip, maar dit keer viel dat vooraf erg mee. Ik had twee weken de tijd om een presentatie van maar tien minuten voor te bereiden. Ondanks dat het bijna onmogelijk was om mijzelf er toe te zetten, zo vlak nadat mijn scriptie was ingeleverd, is het me toch gelukt. Na enkele vrije dagen dwong ik mezelf dan toch om er werk van te maken. In mijn scriptie had ik het visuele gedeelte ietwat verwaarloosd, dus dat moest ik juist in de presentatie verwerken. Toen ik na heel wat uren eindelijk een klein beetje tevreden was, werd het tijd om te oefenen. Zóveel, dat zodra ik in de ochtend mijn ogen opende direct de tekst kon opdreunen. Ik moest ten slotte van 13 minuten praten naar maximaal 10 -maar het liefst 9 minuten- gaan. En dat is lastig als je eigenlijk in plaats van één, twee projecten hebt uitgewerkt.

Het moment

Daar stond ik dan. Vooraan, knalrood en stijf van de zenuwen, met twee examinatoren -waaronder één onbekende-, mijn afstudeerbegeleider, afstudeerdocent, vrienden en familie voor mij. Dat moment vond ik verschrikkelijk. Maar toen de eerste zin er eenmaal uit was ging het volledig automatisch en dan is het te gek. De presentatie ging heel goed. Ik heb alles verteld wat ik wilde vertellen, de demo ging bijna vlekkeloos en ik zat binnen de tijd. De vragenronde die volgde ging prima. Ik kon antwoord geven op de niet al te kritische vragen.

Terwijl ik op de gang wachtte met de hele stoet, gingen de gesprekken een beetje langs mij heen. Ik kreeg positieve geluiden te horen en ergens dacht ik geslaagd te zijn, maar zeker weten deed ik het niet. Subtiel waarschuwde mijn docent dat de cijfers bij examens zelden hoog zijn door de manier van becijferen. Na een kwartier mocht ik weer naar binnen. Even schrok ik, omdat ik moest zitten. Maar toen kwamen de verlossende woorden: gefeliciteerd, je bent geslaagd.

champagne
Champagne!

Wat een opluchting! Toch?

Even was ik heel erg opgelucht en blij. Totdat de cijfers en feedback werden behandeld. Gemiddeld kwam mijn cijfer op een 7,2. Prima cijfer, voor een gemiddelde student. Helaas zie ik mijzelf niet als een gemiddelde student en baalde ik enorm. Ik heb veel te hard gestrest voor een lullige 7. Delen van de feedback begrijp ik, delen ben ik het niet mee eens. Zo begrijp ik de puntenaftrek, aangezien ik veel te veel woorden had. Waar ik voornamelijk van baalde is dat de vragenronde niet zo kritisch was als de gegeven feedback. Als daarin vragen werden gesteld over de negatieve feedback die werd gegeven, had ik veel kunnen weerleggen.

Waarom ik er uiteindelijk niet tegenin ben gegaan? Omdat ik geslaagd ben. Moet ik echt gaan zeuren omdat ik ‘maar’ een 7 heb gehaald? Het heeft daarnaast toch weinig zin om tegen de examencommissie in te gaan. Zo hebben zij het ervaren, dus daar moet ik het bij laten. Het heeft mij twee dagen gekost om me er overheen te zetten, maar ik kan jullie vertellen: dat is inmiddels prima gelukt. Tot zover de anti-climax van de afstudeerzitting! Inmiddels ben ik vooral heel blij dat ik ben geslaagd en morgen mag ik mijn diploma ophalen bij de uitreiking. Komt die trots gelukkig toch nog een beetje terug.

2015-06-24 18.48.27
En toen was het tijd voor wijn en sushi!

Mijn haat-liefde-verhouding met de zomer

De zomer. We hebben op deze blog al vaak geschreven over hoe chill en fijn die zomerperiode wel niet is. Leuke feestjes, zon, lange zwoele avonden en met een beetje geluk komt er ook nog zee, strand en een vliegtuig bij kijken. In de zomer lijkt alles beter. Bijna alles. Vier minder leuke dingen aan de zomer:

1. Komkommertijd

cucumber-slices-614065_640

En daarmee doel ik niet alleen op onzinnige nieuwsberichten. De zomer is een tijd waarin nu eenmaal niet zo heel veel spannends gebeurt. Op zoek naar een baan? Vergeet het maar want no way dat er in de zomer ook maar iemand extra tijd vrij gaat maken voor sollicitatiegesprekken of het beantwoorden van niet dringende e-mails, de helft van het personeel is immers op vakantie. Snel een afspraak maken bij de huisarts? Wat denk je zelf? Bezig met je scriptie? Wacht maar even met die mail naar je begeleider. Waar alles normaal gesproken zo gestructureerd is, ligt in juli en augustus gegarandeerd alles stil. Hoe vervelend ook, jij bent nu eenmaal niet de enige die van die chille zomermaanden wil genieten.

Tip: bereid je goed voor op de komkommertijd en ga mee in de flow. Ga op tijd naar de kapper, regel je zaken met je docenten en verwacht in de zomer niet alleen maar wereldnieuws in het NOS journaal. En hé, dan is het eigenlijk ook best wel lekker rustig zo. 

2. Alleen op de wereld

Dat je tandarts, je docenten, de kapper en je huisarts op vakantie zijn, is nog tot daar aan toe. Dat de helft van je vriendengroep op Ibiza of Mallorca zit,  is in de zomer natuurlijk nog veel problematischer. Zelf word ik altijd behoorlijk labiel als ik weet dat de helft van mijn vrienden in het buitenland zit. Nu kan je eindelijk leuke dingen doen en dan is de helft van je vriendengroep weg. Zo kan het zijn dat er heel even dat ‘alleen-op-de-wereld’ gevoel komt opzetten. Ook vervelend; iedereen is op vakantie en jij bent al geweest. Je bent je opeens bewust van het feit dat je te vroeg bent gegaan. Jij bent al weer terug in de dagelijkse sleur (want zeg nu zelf, dat vakantiegevoel hou je met veel moeite hooguit drie dagen vast), terwijl de rest van je vrienden ligt te chillen met hun billen op het hete zand.

Tip: ook voor deze categorie geldt: go with the flow! Geniet volop van je eigen vakantie en probeer niet té veel op Facebook en Instagram te kijken, want ja de stranden van Ibiza zijn inderdaad jaloersmakend. Plan zelf een leuke vakantie en maak geen foto’s voor je volgers op Instagram of Facebook, maar voor jezelf, zodat je daarna nog genoeg hebt om aan terug te denken. Zo maakte ik vorig jaar een wand vol met zomermomenten voor mezelf. Heerlijk om terug te blikken op een fijne tijd. Bovendien geldt voor de mensen die aan het chillen zijn op een strand ver weg hetzelfde als voor jou, ze komen vanzelf weer terug. 

3. Summerpressure

FullSizeRender

Probleem drie, summerpressure. Groot voordeel van de zomer is dat je agenda zomaar eens een stuk leger kan zijn dan de rest van het jaar. Probleem is wel, zodra de zon gaat schijnen moet je van jezelf leuke dingen doen. Zo vaak komt het niet voor dat je tot laat in de avond met blote benen over straat kunt. Deze zomermomenten willen we in ons koude kikkerlandje nu eenmaal koesteren. Vooral met zeeën van tijd wordt dit een last. Binnen zitten is zonde. Bovendien overspoelt je tijdlijn op Facebook en Instagram met foto’s van mensen in het park, mensen op het terras, mensen op een festival, mensen aan het strand, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Je gevoel zegt dan: IK MOET NAAR BUITEN. De drang om leuke dingen te doen wordt enorm. Voor je gevoel is het nu of nooit. In combinatie met puntje twee kan dit natuurlijk problematische taferelen opleveren. Wat ga jij in godsnaam doen als iedereen op vakantie is? Die lege agenda in de zomer kán ook een last zijn.

Tip: Ja, het is een unicum als de zon schijnt in Nederland en je kunt shinen in je ultieme zomerjurkje. Groot gelijk dat je deze momenten wil pakken. Echter, zodra het móéten wordt, gaat de lol er wel weer vanaf. Er is niemand die je hoeft te overtreffen, want als de zon schijnt is alles goed. Dus zie dit juist als een moment waarop je alles kan doen en niks hoeft, pak eens de trein naar een stad die je niet kent, of pak de fiets en rij naar het dichtsbijzijnde strandje in de buurt. Natuurlijk is samen altijd beter dan alleen. Maar hoe vaak gebeurt het nu dat er echt niemand de telefoon opneemt? Stiekem ook wel eens lekker…

4. Aan de zomer komt altijd weer een eind

In juni begint het te kriebelen, in juli gaan we los, in augustus kunnen we ons het normale leven al niet meer voorstellen. Toch komt ergens in die maand ook het besef dat het in september allemaal weer wordt zoals het was. Vakanties zijn voorbij, het aantal festivals loopt terug van tientallen opties per weekend naar een schamel aantal. De temperatuur loopt nog niet eens per se af, maar de drang om in een shortje of jurkje rond te lopen wel. Je agenda loopt langzaam weer vol met afspraken, de tandarts is opeens terug van vakantie en hé, er komen weer nieuwe vacatures waarop je kunt reageren online. Dit moment zorgt bij heel veel mensen voor een dip. En ja, ik moet toegeven: ik word al een klein beetje verdrietig als ik aan dit moment denk.

Tip: Als je dit leest weet je dat dit moment gaat komen, maar je weet ook dat je nu nog een hele zomer voor je hebt. Geniet, geniet, geniet en denk ergens op dat moment in augustus terug aan alle leuke dingen die je hebt gedaan. Aan de zomer komt altijd weer een eind, maar gelukkig komt hij ook ieder jaar weer terug…

Als het maar ‘leuk’ is

Weet je wat volgens mij het probleem is van onze generatie? De misvatting dat alles maar ‘leuk’ moet zijn. Een opleiding? Als het maar ‘leuk’ is. Een baan? Het moet ‘leuk’ zijn. Een partner? Idem dito. Sinds wanneer hebben we dit in godsnaam in ons hoofd gehaald?

Begrijp me niet verkeerd, ik ben pro ‘leuk’. Natuurlijk! Het is meer dat ik denk dat we nog wel eens vergeten dat sommige dingen gewoon niet zo leuk zijn als je zou willen. Een voorbeeld: hoeveel mensen zijn er die hun werk écht zo leuk vinden, dat ze het niet als werk zien en zelfs al hun vrije tijd ervoor op zouden geven ‘omdat het zo leuk is’? Nog een misvatting: als iets niet per se ‘leuk’ is, is het per definitie stom en moet je het niet doen. Om leuke dingen te willen doen moet je vaak geld verdienen, en om geld te verdienen moet je werken. Soms is iets wat minder leuk of gewoon prima is, een doel naar iets echt leuks. Of misschien wel een zoektocht naar iets leuks. En dat is, vind ik, echt niet erg.

2015_04_08

Ik denk dat onze generatie verkeerd is ingelicht en dat vind ik frustrerend. Jaren zijn we op zoek naar hetgeen wat we leuk vinden en waar we blij van worden. Sterker nog, we staren ons er op blind. Dat is goed, maar we slaan er in door. Wie is er slechter van geworden om verplicht door je ouders op bezoek te gaan bij je opa of oma? Wie voelde zich niet geweldig nadat je de discipline had om wel naar de sportschool te gaan, ook al wilde je echt niet gaan? Of anders bekeken: zou een relatie echt zoveel beter zijn wanneer je never nooit meer ruzie zou hebben? ‘Niet leuk’ is niet slecht of stom. Het is anders. Je leert ervan. Ja, zelfs van ervaringen die op dit moment afschuwelijk zijn.

Het gaat er naar mijn mening om dat je op zoek gaat naar een fijne tussenweg. Het is belangrijk om er achter te komen wat je echt niet leuk vindt, om vervolgens te vinden waar jij je wel fijn bij voelt. Het is goed om het verschil tussen vreselijk en niet leuk te zien. Om dan vervolgens soms iets te moeten doen waar je even geen zin in hebt, is dan ook geen probleem meer.

De 3.0-jobhop-netwerk-samenleving: lang leve de vrijheid?

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: onze generatie quarterlifers is gedoemd. Gedoemd omdat de kans dat wij de komende jaren vastigheid vinden vrijwel nul is. Een kleine nuance: ik heb het hier over werk. Werken doen we tegenwoordig namelijk in een vrije-3.0-jobhop-samenleving. Dat betekent geen vaste contracten meer of een baan waar je tot je vijfenzestigste kan vastroesten. Netwerken is het codewoord. Werken op projectbasis en hopen dat je de juiste contacten opdoet. Met een beetje geluk kun je op die manier je agenda vullen met opdracht voor verschillende opdrachtgevers, projecten en andere bezigheden. De kans op een vaste baan, die wordt met de jaren kleiner.

De optimistische visie

De vraag die je hierbij kunt stellen: is dit erg? Misschien niet. Aanhangers van het zogenaamde 3.0 denken herinneren mij eraan dat het een unieke kans biedt om jezelf te ontplooien en om te doen wat je echt leuk vindt. Je belandt na het behalen van je diploma niet standaard bij een organisatie waarbinnen je de 40 jaar (of 45, 50?) tot aan je pensioen kunt spenderen. In plaats daarvan begin je aan een groot avontuur zonder dat je weet waar het eindigt. Het gaat niet langer om een papiertje dat je hebt gehaald en je automatisch toegang biedt tot een vaste baan binnen het werkveld, maar om wat je echt kan en leuk vindt. En daar achter komen, dat is een ontdekkingstocht. Een ontdekkingstocht die bestaat uit heel veel verschillende banen, contacten, ervaringen, projecten en cursussen. Een ontdekkingstocht waarin je jezelf optimaal kunt ontwikkelen. Het gaat om buiten de gebaande paden denken. Durven en uiteindelijk de kans krijgen om het ergens te doen. Totdat je weer een andere weg inslaat. Blijven hangen in een vaste baan is passé. Waarom zouden we dat nog willen?

De pessimistische visie

De pessimistische visie (misschien stiekem wel mijn visie) is de volgende: als twintiger moet je kei- en keihard werken om je diploma te behalen. Op school word je klaargestoomd voor een carrière binnen het beroepsveld van de desbetreffende studie. Goede antwoorden op een tentamen bieden je garantie op studiepunten, studiepunten geven je vervolgens de garantie op een diploma. Maar hallo? Hoe zit het dan met die ontdekkingstocht die ik straks moet gaan beginnen? Om een baan te vinden moet ik toch kunnen laten zien wat ik weet? Waar ik goed in ben? Hoe kan ik in godsnaam uitblinken als al mijn studiegenoten diezelfde meerkeuzevragen op het tentamen aanvinken? Hoe kan ik straks dan laten zien wat mij uniek maakt?

Iedereen die wel eens heeft gesolliciteerd of die zich al een beetje verdiept in vacatures, weet dat het gemiddelde aantal jaren ervaring dat wordt gevraagd voor een simpele startersfunctie al snel op 2 jaar ligt. Waar, in godsnaam, moeten we deze ervaring opdoen? En hé, hoe zit het met dat hele durven en doen? Studenten wordt nog al eens verweten dat ze aan rendementsdenken doen – het niet meer doen dan nodig. Hoe kunnen studenten dit ooit afleren als ze vanuit school leren dat studiepunten heilig zijn, en vervolgens bij hun eerste sollicitatie kalendermaanden ervaring in hun agenda moeten afstrepen? Waar is dat mooie 3.0-denken gebleven? Op dit moment lijkt het alleen weggelegd voor mensen die in de ‘oude’ samenleving hun ervaring op hebben kunnen doen, en deze ervaring nu kunnen gebruiken in hun zoektocht naar wat ze écht willen.

Tussen wal en schip

Dus nu rest mij een beetje de vraag: en nu? Hoe moeten wij twintigers ooit carrière gaan maken als we zo tussen wal en schip vallen? Voor ons zien we succesvolle netwerkers die hun sporen in het beroepsveld hebben verdiend met stabiele banen. Daar plukken ze nu de vruchten van. In onze nek hijgen de jonkies die nu op school opgeleid worden. Het zal je verbazen hoe het onderwijs op de basisschool er tegenwoordig uitziet. Niet te vergelijken met dat van ons. Die schattige kindjes met snottebellen onder hun neus die je overdag in de zandbak ziet spelen worden klaargestoomd tot ijzersterke projectwerkers en netwerkers, kortom; de generatie van de toekomst.  Zie ik alles te sober in? Ben ik te onzeker? Of raak ik toch nog een kleine kern van waarheid? De toekomst zal het leren. Vooralsnog voelt die vrije-3.0-jobhop-samenleving voor mij behoorlijk benauwend.

‘t Is hier – echt waar hoor – fantasties!

Ben ik de enige die nieuwe dingen niet van begin af aan ‘superleuk’ en ‘fantastisch’ benoem? Is het daadwerkelijk zo gek dat ik nog niet echt op mijn gemak bij mijn flexwerkplek zit en dat ik nog steeds geen idee heb of mijn collega’s ‘ge-wel-di-ge’ mensen zijn? Momenteel zit ik in de derde week van mijn afstudeerstage en dat gaat prima. Prima. Niet geweldig superleuk op mijn eigen werkplek met de gezelligste en meest geweldige collega’s ooit. Nog niet.

februari2015

OMG IT’S THE BEST

Een groot deel van de mede-afstudeerders die ik spreek is vanaf het begin al laaiend enthousiast over het afstudeerbedrijf en de afstudeeropdracht. Het is er geweldig. De taken zijn uiteraard enorm uitdagend en de mensen die ze leren kennen zijn nu al vrienden voor het leven. Overigens verschilt dit niets van de meewerkstage die iedereen een jaar eerder moest lopen.

Ik vind dat gek. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat je dat nú al oprecht denkt. Je zit er net, hoe kun je nu zulke uitspraken doen en voelen? Daarbij word ik onzeker van die uitspraken. Ik raak ervan in de war. Ben ik nou zo raar? Zo niet sociaal? Misschien ligt het ook wel aan mij, dat kan. Ik ben nu eenmaal een twijfelaar en het is duidelijk dat ik er langer over doe om te wennen aan een nieuwe situatie dan gemiddeld. Maar totaal het tegenovergestelde begrijpen doe ik niet.

Vreemde standaarden

Natuurlijk zijn er mensen die er hetzelfde over denken als ik. Mijn vraag is eerder: zijn al die mensen eerlijk? Wat nou, het is meteen geweldig om vijf dagen per week in een onbekende omgeving te zitten aan een opdracht die nog amper is vormgegeven op een afdeling waar je nu nog als ‘tijdelijk’ wordt gekenmerkt?

Waarom is het een probleem om toe te geven dat je nog niet op je plek zit? Waarom niet gewoon eerlijk zijn en je niet cooler voor te doen dan je bent. Dat is niet erg, dát is normaal. Als we nou gewoon allemaal ons best doen en geen gekke standaarden neerleggen voor elkaar. Dan komen we vanzelf wel bij dat superleuke gevoel met die uitmuntende mensen. Uiteindelijk!

13 stappen naar succes

Goedemorgen! Dit keer geen blog over de ups, downs en andere zaken in het leven, maar iets waar ik tijdens mijn blog-lees-uurtje tegenaan liep. Kennen jullie het concept 365 dagen succesvol al? Ik had er tot twee dagen geleden nog niet van gehoord en dat terwijl de bijbehorende site al bijna tegen zijn einde aanloopt (en bedenkers David en Arjan al op verschillende mediakanalen te zien zijn geweest). David en Arjan hebben de missie op zich genomen om Nederland in 2020 het gelukkigste land van de wereld te maken. Om dit doel te bereiken hebben ze onder meer een gratis videocursus ontwikkeld met daarin dertien stappen die je naar geluk en succes leiden. De mannen geloven namelijk niet dat je van de ene op de andere dag heel je leven kan veranderen, maar dat je met een aantal kleine stappen wel een heel eind kan komen.

someecards_succes_quarterlife

Werkt het?
Of en hoe deze stappen werken, weet ik op dit moment nog niet. Na de aanmelding voor de cursus krijg je niet alle video’s in een keer te zien, maar worden ze je een voor een toegestuurd. Om de paar dagen krijg je een video te zien zodat je elke keer met een andere stap aan de slag kan gaan. Daarnaast krijg je ook andere tips & tricks toegestuurd. De eerste paar weken beloven ze je lekker achter de broek aan te zitten, zodat je ook echt wat met deze curcus doet. Iets wat veel mensen best goed kunnen gebruiken, nietwaar? Ik ben op dit moment bij stap één; een antwoord bedenken op de vraag waar ik naar verlang (wat best wel een goede vraag is, want ik kan er zo snel geen goed antwoord op verzinnen). Dus, mocht je nu midden in je quarterlifecrisis zitten en wel wat hulp kunnen gebruiken, dan kan je je nu nog aanmelden voor deze cursus. Misschien leidt het je wel naar succes. Best fijn toch?

Na bedrijfseconomie komt zonneschijn

Zaterdag heb ik eindelijk mijn ergst gevreesde vak gehaald. Mijn vriend noemde het een enorme eindbaas; bedrijfseconomie. Ik ben allergisch voor alles wat met cijfers te maken heeft. Helaas moest ik met bedrijfseconomie alleen maar berekeningen maken, bijvoorbeeld over de capaciteit van machines, de nettowinst volgens de directekostenmethode of de netto contante waarde van een investeringsproject. Hier hoef ik dus nooit, maar dan ook echt nooit meer aan te denken. Wat een bevrijding!

IMG-20141109-WA0004

Het behalen van dit vak, en daardoor ook mijn propedeuse, betekent zo veel meer voor mij dan alleen dat certificaat. Ik heb namelijk een soort van haat-liefdeverhouding gecreëerd met studeren de afgelopen jaren. Een paar jaar geleden heb ik twee jaar journalistiek gestudeerd. Ik vond het heel erg leuk, maar als je binnen twee jaar je propedeuse niet haalt moet je van school af. Voor mijn propedeuse moest ik nog één vak halen. Helaas had ik voor de laatste kans een 5,4, een tiende te kort dus om verder te mogen met de opleiding. Dit voelde voor mij als falen en ik kreeg een flinke mentale tik. Gevolg: de faalangst kwam weer boven die ik al lang geleden begraven had.

Toen ik communicatie ging studeren probeerde ik de faalangst te negeren en de rust te bewaren. Dat werkte toen goed, ik kreeg goede resultaten terug en daardoor kreeg ik steeds meer zelfvertrouwen. Toen kwam bedrijfseconomie. Ik wist dat dit vak lastig zou worden maar het bleek een hele zware bevalling te zijn. Na de derde onvoldoende kwam de faalangst weer in volle glorie terug en helaas werkt dit alleen maar averechts. Na de vierde onvoldoende sloeg de paniek toe en de vijfde voelde als lood in mijn schoenen. Ik stond weer op hetzelfde punt als bij journalistiek. Zou de geschiedenis zich herhalen en zou ik weer moeten stoppen met de opleiding? Ik maakte mezelf wijs dat ik het dus blijkbaar echt niet kon. Waarom ben ik in godsnaam weer een hbo-opleiding begonnen? Wat dacht ik wel niet?! Mijn zelfvertrouwen was volledig neergesabeld. Ik stond met bedrijfseconomie op en ging ermee naar bed. Alle eerdere voldoendes en mooie cijfers telde voor mij niet meer.

Afgelopen zaterdag kwam dan eindelijk de verlossing na al die onvoldoendes. Het was niet eens met hakken over de sloot, nee, ik heb een dikke 7 gehaald! De wereld ziet er voor mij nu een stuk zonniger uit. Dit is voor mij het teken dat ik het wel kan en dat ik geen stap terug hoef te doen. De faalangst zal altijd blijven, dat zit nou eenmaal in me, maar ik kan het voorlopig wel weer begraven na deze veldslag. Mocht de faalangst weer opkomen in de toekomst dan zal het minder hevig zijn. Na iedere overwinning wordt namelijk bewezen dat ik sterker ben dan de angst. Ik ga deze mentale overwinning dan ook koesteren.

Voor alle mensen die mijn gezeur, gesputter en gechagrijn hebben moeten doorstaan de afgelopen maanden; het spijt me oprecht. En bedankt voor de peptalks die me door deze zure appel heen hebben geholpen.

De gedemotiveerde perfectionist

De afgelopen weken ben ik een ervaring rijker geworden. Ik ben ontmoedigd. Ik ben lakser geworden. Ik ben uitgeput. Ik kan dit samenvatten tot het volgende: ik ben van perfectionist veranderd naar een gedemotiveerde perfectionist. En dat is he-le-maal niets voor mij.

Dit is een kijkje in mijn hoofd. 

Momenteel zit ik in de afrondende fase van een project, en ik ben erg blij dat het bijna voorbij is. Ik heb gemerkt dat het enorm moeilijk is om samen te werken met mensen die een totaal andere gedachtegang en werkwijze hebben, en daarbij een andere manier van communiceren beheersen. 

Ergens geeft mij deze nieuwe ervaring rust. Ik leer namelijk om ‘los’ te laten. Het kan niet allemaal op mijn manier en ik kan niet constant bezig zijn om mensen op dezelfde lijn te krijgen. Dat lukt al helemaal niet als zij dat zelf niet eens willen. Niet iedereen wil alles perfect hebben, en dat is oké. Ik moet nu cold turkey afkicken van alles (zelf) te willen doen. Eens in de paar avonden krijg ik een mini panick attack, maar het loslaten gaat mij steeds beter af en dat is een goed iets.

Natuurlijk, het is ergens ook enorm frustrerend. Juist doordat ik het vorige half jaar juist wel enorm goed kon samenwerken is dit zo’n bummer. Ik doe nu namelijk niet wat ik écht wil, en dat is knallen en me volledig inzetten tijdens een project. Maar het is goed om te leren dat ik niet áltijd hoef te knallen, en dat ik soms best wel even rustig aan kan doen. Een 7 is ook oké (en voor sommigen misschien een 6). 

Toch zal ik erg blij en stiekem ook wel opgelucht zijn als het nieuwe schoolproject start. Want hoewel het lekker is om niet constant bezig te zijn, is het best wel vervelend om ongemotiveerd door het leven te gaan. Zelfs voor een gedemotiveerde perfectionist.

Work hard, play hard

Het is weer zo ver; mijn inspiratie is op! Ik zit al weken tegen het ‘tikken’ van een blog aan te hikken. En dat komt allemaal door mijn hoofd. Die zit namelijk overvol. Door alle opdrachten van mijn master, waar elke week natuurlijk weer nieuwe bijkomen, heb ik geen rust meer in mijn hoofd. Ik kan niet meer stil zitten en een blog typen, omdat mijn hersenen met iets anders bezig zijn. Namelijk; wat moet ik dit keer doen, hoe moet ik dat in godsnaam doen, heb ik het de vorige keer wel goed gedaan en wat als ik alles fout doe?

vol-hoofd-quarterlife

Bij een master leggen ze namelijk niets meer uitgebreid uit, iets wat ik wel gewend ben van het hbo. Je krijgt niet eerst een basiscursus waarin je leert hoe je academisch moet schrijven, op welke manier zij verwijzen en hoe je – in mijn geval – in godsnaam een gameanalyse doet. En aangezien ik nog geen feedback heb gehad, heb ik ook totaal geen idee of ik überhaupt een beetje in de goede richting zit. Dat is niet echt handig als je een enorme perfectionist bent, zoals ik. Ik denk namelijk sowieso altijd dat mijn werk beter kan, laat staan als ik het idee heb dat ik het niet goed bezig ben. Gevolg: stress. Big Time.

Toen ik laatst op een familiefeest was had iedereen besloten dat ik was vermagerd en werd me gevraagd of het wel goed met me ging. Het gaat goed met me, zeker. Na maanden van weinig werk en een weinig uitdagende baan ben ik heel blij dat ik nu weer een doel in mijn leven heb. Alleen gun ik mezelf niet de tijd om bij te komen, pauze te nemen, vrienden op te zoeken, te koken en eigenlijk ook niet om te eten. Daarnaast zorgen mijn perfectionisme en onzekerheid ervoor dat ik veel te lang door ga met opdrachten en soms onnodig veel tijd in iets steek om het maar beter en beter te maken. Zo bezorg ik mezelf aardig wat hartkloppingen, iets wat deze week waarschijnlijk nog tien keer erger gaat worden tijdens het leren voor mijn eerste tentamen (help). 

Gelukkig luidt dat tentamen ook het einde in van mijn eerste twee cursussen. En dat betekent; resultaten zien. Nog een paar weken wachten en dan weet ik eindelijk hoe ik het deze twee maanden gedaan heb. Hopelijk geeft dat ook meer rust en vertrouwen voor de rest van het jaar, waardoor ik iets minder tijd aan de kleine, vaak nutteloze dingen hoef te besteden. Ondertussen ben ik alvast op zoek naar de balans tussen studie en vrije tijd (en straks nog een baan). Ik heb mijn sociale leven weer in werking gezet en gun mezelf iets meer ontspanning, want alleen studeren maakt ook niet gelukkig. ‘Work hard, play hard’ is het motto van de aankomende twee jaar…