Hoe overleef ik een hackathon (deel 2)

Een paar maanden geleden besloot ik mezelf eens uit te dagen. Ik was bezig met mijn afstudeeropdracht met het onderwerp Internet of Things. Toen ik een hackathon met dat onderwerp tegen kwam, kon ik niet anders dan mezelf daarvoor opgeven. Met alle gevolgen van dien…

Hackawat?

Waarschijnlijk heb je het beeld van een grote groep nerds omringd met een heleboel apparatuur en veel snoep. Eerlijk? Dat vooroordeel is wel een klein beetje waar. Hoe suf dit misschien ook klinkt, zo erg is het helemaal niet! Een hackathon kun je zien als een wedstrijd tussen verschillende groepen diverse mensen. Denk aan programmeurs, creatieven, ontwerpers, enzovoorts. Vaak is hier een thema aan gekoppeld. In een grote ruimte wordt per team binnen plusminus twee dagen een oplossing bedacht voor een bepaald probleem. Vaak wordt een app bedacht, uitgewerkt en grotendeels gemaakt. Aan het einde van de hackathon wordt door middel van een demo het grote idee gepresenteerd.

hackathon

Ik weet het, het klinkt misschien wat nerderig. Maar diep van binnen ben ik nu eenmaal een nerd. Zoals ik vele malen heb verteld ben ik daarnaast een grote bange poeperd voor nieuwe dingen. Maar zoals ik ook heb verteld probeer ik dat juist wat vaker te negeren, of in ieder geval om daar overheen te stappen. En dus ging ik er gewoon voor.

Waar ging het mis?

Vrijdagmiddag tot en met zondagavond zou ik dag en nacht aan de slag gaan met een team van experts. Helaas pakte het geheel minder goed uit dan gehoopt. Waar dat aan lag? Allereerst mijn onbedwingbare zenuwen, wat mij slopend moe maakte. Bij het aanmelden was ik alleen (in een mannenwereld!) en moest ik nog een team vormen. Een team dat elkaar niet kent betekent automatisch tijdverspilling: je weet ten slotte niets van elkaar en elkaars specialismen of het gebrek daarvan, wat wel nodig is, wil je aan de slag kunnen gaan. Het helpt dan ook niet bepaald mee als het niveau Engels niet van iedereen even goed is. Er waren meer dan genoeg teams waartegen we streden die wél al eerder bij elkaar waren gekomen. De tijd die wij hebben besteed aan het bedenken van een app, hebben zij gebruikt om een start te maken aan het bouwen van de app. Uiteindelijk vond ik het een vreselijke ervaring en besloot ik voorlopig echt no way nog mee te doen aan een hackathon.

hackathon snoepie

Nieuwe ronde…

Maar ja. Toen mijn favoriete leermeester deze hackathon aanraadde dacht ik: waarom ook niet. Ik wist wat de vorige keer fout ging, dat moest ik gewoon voorkomen. Het idee van een hackathon sprak mij ten slotte nog steeds aan. Allereerst stelde ik direct als belangrijkste doel dat ik wilde leren. Daarnaast wilde ik per se met iemand samenwerken die ik ken en vertrouw. Gelukkig wilde ook mijn favoriete schoolmaatje mee doen. Check! De volledige teams werden onlangs bekend gemaakt, en ik kan vertellen dat er twee echte experts zijn aangesloten. Dubbel check! De laatste stap die we konden zetten was de voorbereiding. Door middel van conference calls hebben we allerlei zaken besproken en staat ook de eerste echte meeting vast.

En verder dan?

Tsja. Verder is het, denk ik, vooral op me af laten komen. Ik vind het nog steeds heel erg spannend, there’s no question about that. Ik ben vooral bang dat ik niets bij kan dragen, ook al weet ik heus wel dat dit onzin is. Je moet zo nu en dan je grenzen verleggen, en dit leek me wel een mooi moment. Ik hoop dat ik er wat gemakkelijker met een afstand naar kan kijken en dat ik niet te druk bezig ben met of ik iets goed of fout doe. Misschien moet dat wel mijn leerdoel worden. Ik ga er in ieder geval in vol goede moed. Wish me luck!

PS Voor de oplettende lezers, de hackathon is inmiddels geweest en ons team eindigde zelfs tweede!! Dit bewijst maar weer: geef het nooit op.

Ouder worden: nooit meer wereldkampioen

Ik ben vierentwintig lentes jong, of al vierentwintig jaar oud. Het is maar hoe je het bekijkt. Hoewel ik nog een leven voor me heb en veel vriendinnen ouder zijn dan ik, voel ik me sinds een aantal weken vooral ‘al vierentwintig jaar oud’.

Wereldkampioen

Op televisie zie ik Dafne Schippers wereldkampioen worden op de Wereldkampioenschappen in Peking. “Een prachtige prestatie”, wordt er op televisie geroepen. Ik kan me hier natuurlijk volledig bij aansluiten. En opeens word ik geconfronteerd met het feit dat de succesvolle en ongelofelijk talentvolle Schippers een jaar jonger is dan ik.

14822730278_c9a37cb686_b

De club van 23

Diezelfde week pakt Tom Dumoulin de rode trui in de Vuelta, de ronde van Spanje. Wederom een prachtige prestatie, en ook hij is nog maar drieëntwintig jaar. Confronterend. Wat is dat opeens met alle drieëntwintig jarigen? Heb ik de boot gemist? Laten we even realistisch zijn: ambities om wereldkampioen sprint te worden heb ik nooit gehad. En ook al had ik deze wel, dan nog was daar met mijn sportieve aanleg natuurlijk nooit iets van terecht gekomen. Het gaat erom dat deze jonge mensen overduidelijk in de piek van hun carrière zitten. Begrijp me niet verkeerd, ik weet dat ze hier jaren en jaren kei hard voor gewerkt hebben en heel veel voor hebben gelaten. Ik vraag me alleen af: wat heb ik in al die jaren gedaan?

Laat pieken

Ik heb in de afgelopen jaren vooral gestudeerd, en daarnaast wat bijbaantjes gehad. En voor mijn gevoel is het nu tijd om ‘echt’ te gaan werken. Om zelf ook toe te gaan werken naar dat hoogtepunt in mijn carrière. Een hoogtepunt dat zonder twijfel een stuk minder noemenswaardig zal zijn dan bovenstaande prestaties. Maar hopelijk een hoogtepunt dat me het gevoel geeft dat al die jaren studie niet voor niets zijn geweest. Met nog meer dan 40 jaar werken in het vooruitzicht denk ik dat mijn hoogtepunt ook nog wel gaat komen. Weliswaar buiten de arena, maar toch. Pieken op je veertigste, daar is misschien wel helemaal niks mis mee!

Het leed dat de festivalcamping heet

Lowlands staat voor de deur, we hebben al een ontelbaar aantal festivals gehad en nog minstens zoveel evenementen voor de boeg. Festivals zijn hot. Waarschijnlijk geven veel van je vrienden hun vakantie naar een warm land met liefde op, om vervolgens hun tentje op een modderig terrein in Nederland op te zetten. Wat is dat toch met festivals? Mensen die gezworen hebben nooit met een tent op vakantie te gaan, zetten al hun bezwaren opzij voor een weekendje festivalcamping.

Moderne nomaden

No·ma·de (de; m,v; meervoud: nomaden) lid van een rondzwervende herdersstam. Festivalgangers veranderen voor drie of vier dagen even in een grote bevolkingsgroep zonder vaste woon- of verblijfplaats. We pakken vrijwillig een veel te grote weekendtas of backpack in, om ons vervolgens massaal te verplaatsen naar een groot terrein, waar we uren in de rij moeten staan voor we er überhaupt op mogen. Hierna sjouw je al je spieren in je lijf stuk – er moet een wonder gebeuren sta je de dag erna op zónder spierpijn – om ergens op dat terrein nog twee fatsoenlijke vierkante meter te vinden waar je een tentje op kunt gooien.

‘Hutje mutje’

En dan klinkt ‘hutje mutje’ nog best gezellig. Toch is het niet ideaal als jij de volgende dag met je katerhoofd naar buiten komt, en er een vriendengroep van dertig man naar je zit te staren. Nog voordat je überhaupt zelf de schade hebt kunnen opnemen, word je van top tot teen bekeken door je directe buren. Zonder gêne. Het schijnt erbij te horen. Vooral van mannen wordt verwacht dat ze vervolgens grappige opmerkingen maken, waar de rest van de vriendengroep dan om kan lachen of op kan inhaken. Privacy hoef je op een festival niet te verwachten. Met een beetje geluk laten ze je met rust terwijl je half uit je tent hangt om je broek aan te trekken.

Modeshow

Misschien nog wel vervelender dan die dertig man tellende vriendengroep: vrouwen. Het is verbazingwekkend dat sommige vrouwen er op de vroege morgen al uitzien alsof ze mee gaan lopen in een ‘Ibiza-style-modeshow’. En dat terwijl jij nog lekker in je joggingbroek en je veel te grote trui rondbanjert. Het hele weekend spuit je bussen droogshampoo leeg om het nog enigszins acceptabel door te komen. Het haar van deze vrouwen zitten al voor 9.00 uur ‘s ochtends strak in de krul. Hóé dán?

NL1307_5

 

Douchen

De basisbehoeften van een mens zijn toch wel brood, bed en bad. Op een of andere manier vinden we het heerlijk om hier op festivals vrijwillig afstand van te doen. Ons warme bed ruilen we in voor een oncomfortabel luchtbed (en na nacht 2 lig je op de grond), voor een wit bolletje kaas betalen we omgerekend zo’n 6 euro, en douchen wordt opeens een hele grote opgave. Een uur in de brandende zon wachten om vervolgens onder een lauw pisstraaltje te kunnen gaan staan, waar je met heel veel moeite de shampoo uit je haar krijgt. Dat is toch niet helemaal het idee van een lekkere ontspanne douche. En dan heb ik het nog niet gehad over de dixies op het festivalterrein.

Festivalvibe

Toch kan het niet anders dan deze blog positief af te sluiten. Er bestaat zoiets als de festivalvibe. Het festival zelf maakt zoveel goed dat we al het ‘leed’ dat erbij hoort, toch maar voor lief nemen. Een festival is een lang weekend samen met mensen die allemaal voor hetzelfde komen: een fijn feestje met fijne muziek. Daarbij ben je een paar dagen los van alles wat thuis nog op je ligt te wachten (lees: belastingaanslagen, opdrachten, die ene mail e-mail die je echt nog moet versturen en alle andere dagelijkse verplichtingen). Het verklaart waarom er toch elke keer weer duizenden mensen veranderen in moderne nomaden, die op zoek gaan naar een heel klein plekje op een hele grote en gezellige camping.

 

 

 

Beginnen

Eén van de moeilijkste dingen die er bestaan vind ik beginnen. Een start maken. Vooral wanneer het iets nieuws en dus onbekends is. Want stel je voor, straks lukt het niet!

Vakantie

Zo langzamerhand vind ik dat mijn vakantie over is en ben ik begonnen met het in orde maken van mijn CV en website, en ondertussen kijk ik rond naar interessante werkplekken. Het is vreemd hoe ik aan de ene kant heel graag keihard aan de slag wil gaan, maar aan de andere kant mezelf tegenhoud. Misschien heeft het te maken met het besef dat ik hierna nooit meer een echte luie studentenvakantie zal hebben. Toch denk ik dat het meer ligt aan de toekomstige afwijzingen. Want die gaan komen.

IMG-20150804-WA0003
Aan al het luie komt een eind… Foto waarop ik in actie ben ;-) gemaakt door Maj op de allerfijnste en mooiste Solar dag.

Back to work…?

De drempel om écht te gaan solliciteren is iets hoger dan ik voorheen had gedacht. Zolang ik niet écht begin, hoef ik niet te vertellen dat ik hier en daar ben afgewezen en hoef ik ook niet te zeggen dat ik ‘nog steeds niks’ heb. Dat is natuurlijk ontzettend krom, en ook wel een beetje dom. Het lijkt weer eens alsof de angst het van mij wil overnemen, maar nee, dat weiger ik. In eerste instantie voelde ik me na twee weken vrij zijn een beetje schuldig omdat ik ‘nog steeds niks had gedaan’. Inmiddels was er ook nog een freelance klus dat op me zat te wachten dat ik een beetje uitstelde. Uiteindelijk hebben diverse lieve mensen dat schuldgevoel uit mijn hoofd gepraat en heb ik mezelf de tijd gegund: ik moest echt even bijkomen.

Dat zorgde er wel voor dat ik mezelf meteen een nieuw doel had gesteld. Vanaf het moment dat ik terug zou komen van het Solar festival weekend met collega-bloggers Maj en Marieke mocht ik nog één dag bijkomen, maar daarna moest ik weer knallen. Ook al doe ik elke dag maar een beetje. En ik weet dat me dat deze maand gaat lukken, want ik heb er zin in. Ik ben er klaar voor. Het is tijd om te rocken!

Als ik later groot ben…

Een echt duidelijk idee van wat ik later zou willen doen heb ik nooit gehad. Toen ik op de basisschool zat wilde ik, net als praktisch de helft van de andere kinderen, dolfijnentrainer worden als ik “groot” was. Wat de reden was voor mijn keuze van die droombaan weet ik niet want zo’n superfan was ik niet van die dieren, maar goed, alle toekomstige autocoureurs, brandweermannen en popsterren denken ook niet echt na over het waarom. Op de middelbare school had ik even het idee om binnenhuisarchitect te worden en tekende ik plattegronden met inrichtingen van denkbeeldige huizen, totdat ik er achter kwam dat er wel wat meer bij kwam kijken dan tekeningen maken. Toen het tijd werd om een studie te kiezen heb ik dan ook veel testen ingevuld om te ontdekken wat ik dan wél zou willen. Uiteindelijk kwam ik bij journalistiek terecht, niet omdat ik zo graag journalist wilde worden, maar omdat ik wel aardig kon schrijven en het anders ook niet wist.

3721809183_4f64706cdb_o

Later is al bijna hier

Inmiddels is de vraag wat ik later wil doen als ik groot ben nog steeds niet beantwoord, en dat terwijl ik mezelf wel als groot kan bestempelen (wat leeftijd betreft dan, qua lengte is het een ander verhaal). Zo groot of volwassen voel ik me echter totaal niet. Als ik vrienden zie die wel meer richting in hun leven lijken te krijgen wat betreft werk of andere zaken die ze leuk vinden, of anderen van mijn leeftijd zie die echt al iets hebben bereikt, voel ik me af en toe nog een jong meisje. Ik heb nog totaal geen idee wat ik zou willen doen na mijn master, ook al zijn er genoeg dingen die ik interessant of leuk vind. Niet weten wat je wil en wel weten dat je het zo onderhand zou moeten weten is best eng. Later is immers niet meer zo ver weg, later begint al over een jaar.

Dé vraag

Wanneer mensen me nu vragen wat ik precies wil met mijn huidige opleiding en wat mijn ideale baan zou zijn, kan ik dan ook lichtelijk geïrriteerd raken. Ik. Weet. Het. Niet. Wist ik het maar, dan zou ik aan de slag kunnen gaan om dat doel te bereiken. Na deze master is het afgelopen met studeren, dan zal ik mezelf toch echt in het werkende leven moeten gaan storten en tegen die tijd wil ik zo onderhand wel bedacht hebben wat dat werk dan ongeveer moet zijn. Daar heb ik het afgelopen jaar niet echt de tijd voor genomen en daarom zal deze zomer dan ook niet alleen in het teken staan van vakantie vieren, maar ook van die steeds dichter bijkomende toekomst. Wat wil ik worden als ik groot ben? Hopelijk vind ik aankomend jaar eindelijk een  antwoord op die ellendige vraag…

De anti-climax van de afstudeerzitting

Op woensdag 24 juni 2015 was het zover. Hetgeen waar ik vier jaar lang naar toe had gewerkt, en waar ik vooral de twintig weken daar voorafgaand bloed, zweet en tranen voor heb gelaten: mijn afstudeerzitting. Op veel opleidingen werkt het zo dat wanneer de zitting eenmaal is, de student al praktisch geslaagd is. Bij mijn opleiding, Communication & Multimedia Design, is dit geen formaliteit. Studenten kunnen een herkansing krijgen of nog erger; zakken. De gedachte dat een heel groot deel van mijn familie en een deel van mijn vrienden aanwezig zouden zijn, maakte het nog spannender.

20150606_164812
Visuele verwaarlozing maar goede inhoud.

Blegh – ik ben er klaar mee!

Zoals de meeste van jullie nu wel weten ben ik een ongelooflijke stresskip, maar dit keer viel dat vooraf erg mee. Ik had twee weken de tijd om een presentatie van maar tien minuten voor te bereiden. Ondanks dat het bijna onmogelijk was om mijzelf er toe te zetten, zo vlak nadat mijn scriptie was ingeleverd, is het me toch gelukt. Na enkele vrije dagen dwong ik mezelf dan toch om er werk van te maken. In mijn scriptie had ik het visuele gedeelte ietwat verwaarloosd, dus dat moest ik juist in de presentatie verwerken. Toen ik na heel wat uren eindelijk een klein beetje tevreden was, werd het tijd om te oefenen. Zóveel, dat zodra ik in de ochtend mijn ogen opende direct de tekst kon opdreunen. Ik moest ten slotte van 13 minuten praten naar maximaal 10 -maar het liefst 9 minuten- gaan. En dat is lastig als je eigenlijk in plaats van één, twee projecten hebt uitgewerkt.

Het moment

Daar stond ik dan. Vooraan, knalrood en stijf van de zenuwen, met twee examinatoren -waaronder één onbekende-, mijn afstudeerbegeleider, afstudeerdocent, vrienden en familie voor mij. Dat moment vond ik verschrikkelijk. Maar toen de eerste zin er eenmaal uit was ging het volledig automatisch en dan is het te gek. De presentatie ging heel goed. Ik heb alles verteld wat ik wilde vertellen, de demo ging bijna vlekkeloos en ik zat binnen de tijd. De vragenronde die volgde ging prima. Ik kon antwoord geven op de niet al te kritische vragen.

Terwijl ik op de gang wachtte met de hele stoet, gingen de gesprekken een beetje langs mij heen. Ik kreeg positieve geluiden te horen en ergens dacht ik geslaagd te zijn, maar zeker weten deed ik het niet. Subtiel waarschuwde mijn docent dat de cijfers bij examens zelden hoog zijn door de manier van becijferen. Na een kwartier mocht ik weer naar binnen. Even schrok ik, omdat ik moest zitten. Maar toen kwamen de verlossende woorden: gefeliciteerd, je bent geslaagd.

champagne
Champagne!

Wat een opluchting! Toch?

Even was ik heel erg opgelucht en blij. Totdat de cijfers en feedback werden behandeld. Gemiddeld kwam mijn cijfer op een 7,2. Prima cijfer, voor een gemiddelde student. Helaas zie ik mijzelf niet als een gemiddelde student en baalde ik enorm. Ik heb veel te hard gestrest voor een lullige 7. Delen van de feedback begrijp ik, delen ben ik het niet mee eens. Zo begrijp ik de puntenaftrek, aangezien ik veel te veel woorden had. Waar ik voornamelijk van baalde is dat de vragenronde niet zo kritisch was als de gegeven feedback. Als daarin vragen werden gesteld over de negatieve feedback die werd gegeven, had ik veel kunnen weerleggen.

Waarom ik er uiteindelijk niet tegenin ben gegaan? Omdat ik geslaagd ben. Moet ik echt gaan zeuren omdat ik ‘maar’ een 7 heb gehaald? Het heeft daarnaast toch weinig zin om tegen de examencommissie in te gaan. Zo hebben zij het ervaren, dus daar moet ik het bij laten. Het heeft mij twee dagen gekost om me er overheen te zetten, maar ik kan jullie vertellen: dat is inmiddels prima gelukt. Tot zover de anti-climax van de afstudeerzitting! Inmiddels ben ik vooral heel blij dat ik ben geslaagd en morgen mag ik mijn diploma ophalen bij de uitreiking. Komt die trots gelukkig toch nog een beetje terug.

2015-06-24 18.48.27
En toen was het tijd voor wijn en sushi!

Mijn haat-liefde-verhouding met de zomer

De zomer. We hebben op deze blog al vaak geschreven over hoe chill en fijn die zomerperiode wel niet is. Leuke feestjes, zon, lange zwoele avonden en met een beetje geluk komt er ook nog zee, strand en een vliegtuig bij kijken. In de zomer lijkt alles beter. Bijna alles. Vier minder leuke dingen aan de zomer:

1. Komkommertijd

cucumber-slices-614065_640

En daarmee doel ik niet alleen op onzinnige nieuwsberichten. De zomer is een tijd waarin nu eenmaal niet zo heel veel spannends gebeurt. Op zoek naar een baan? Vergeet het maar want no way dat er in de zomer ook maar iemand extra tijd vrij gaat maken voor sollicitatiegesprekken of het beantwoorden van niet dringende e-mails, de helft van het personeel is immers op vakantie. Snel een afspraak maken bij de huisarts? Wat denk je zelf? Bezig met je scriptie? Wacht maar even met die mail naar je begeleider. Waar alles normaal gesproken zo gestructureerd is, ligt in juli en augustus gegarandeerd alles stil. Hoe vervelend ook, jij bent nu eenmaal niet de enige die van die chille zomermaanden wil genieten.

Tip: bereid je goed voor op de komkommertijd en ga mee in de flow. Ga op tijd naar de kapper, regel je zaken met je docenten en verwacht in de zomer niet alleen maar wereldnieuws in het NOS journaal. En hé, dan is het eigenlijk ook best wel lekker rustig zo. 

2. Alleen op de wereld

Dat je tandarts, je docenten, de kapper en je huisarts op vakantie zijn, is nog tot daar aan toe. Dat de helft van je vriendengroep op Ibiza of Mallorca zit,  is in de zomer natuurlijk nog veel problematischer. Zelf word ik altijd behoorlijk labiel als ik weet dat de helft van mijn vrienden in het buitenland zit. Nu kan je eindelijk leuke dingen doen en dan is de helft van je vriendengroep weg. Zo kan het zijn dat er heel even dat ‘alleen-op-de-wereld’ gevoel komt opzetten. Ook vervelend; iedereen is op vakantie en jij bent al geweest. Je bent je opeens bewust van het feit dat je te vroeg bent gegaan. Jij bent al weer terug in de dagelijkse sleur (want zeg nu zelf, dat vakantiegevoel hou je met veel moeite hooguit drie dagen vast), terwijl de rest van je vrienden ligt te chillen met hun billen op het hete zand.

Tip: ook voor deze categorie geldt: go with the flow! Geniet volop van je eigen vakantie en probeer niet té veel op Facebook en Instagram te kijken, want ja de stranden van Ibiza zijn inderdaad jaloersmakend. Plan zelf een leuke vakantie en maak geen foto’s voor je volgers op Instagram of Facebook, maar voor jezelf, zodat je daarna nog genoeg hebt om aan terug te denken. Zo maakte ik vorig jaar een wand vol met zomermomenten voor mezelf. Heerlijk om terug te blikken op een fijne tijd. Bovendien geldt voor de mensen die aan het chillen zijn op een strand ver weg hetzelfde als voor jou, ze komen vanzelf weer terug. 

3. Summerpressure

FullSizeRender

Probleem drie, summerpressure. Groot voordeel van de zomer is dat je agenda zomaar eens een stuk leger kan zijn dan de rest van het jaar. Probleem is wel, zodra de zon gaat schijnen moet je van jezelf leuke dingen doen. Zo vaak komt het niet voor dat je tot laat in de avond met blote benen over straat kunt. Deze zomermomenten willen we in ons koude kikkerlandje nu eenmaal koesteren. Vooral met zeeën van tijd wordt dit een last. Binnen zitten is zonde. Bovendien overspoelt je tijdlijn op Facebook en Instagram met foto’s van mensen in het park, mensen op het terras, mensen op een festival, mensen aan het strand, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Je gevoel zegt dan: IK MOET NAAR BUITEN. De drang om leuke dingen te doen wordt enorm. Voor je gevoel is het nu of nooit. In combinatie met puntje twee kan dit natuurlijk problematische taferelen opleveren. Wat ga jij in godsnaam doen als iedereen op vakantie is? Die lege agenda in de zomer kán ook een last zijn.

Tip: Ja, het is een unicum als de zon schijnt in Nederland en je kunt shinen in je ultieme zomerjurkje. Groot gelijk dat je deze momenten wil pakken. Echter, zodra het móéten wordt, gaat de lol er wel weer vanaf. Er is niemand die je hoeft te overtreffen, want als de zon schijnt is alles goed. Dus zie dit juist als een moment waarop je alles kan doen en niks hoeft, pak eens de trein naar een stad die je niet kent, of pak de fiets en rij naar het dichtsbijzijnde strandje in de buurt. Natuurlijk is samen altijd beter dan alleen. Maar hoe vaak gebeurt het nu dat er echt niemand de telefoon opneemt? Stiekem ook wel eens lekker…

4. Aan de zomer komt altijd weer een eind

In juni begint het te kriebelen, in juli gaan we los, in augustus kunnen we ons het normale leven al niet meer voorstellen. Toch komt ergens in die maand ook het besef dat het in september allemaal weer wordt zoals het was. Vakanties zijn voorbij, het aantal festivals loopt terug van tientallen opties per weekend naar een schamel aantal. De temperatuur loopt nog niet eens per se af, maar de drang om in een shortje of jurkje rond te lopen wel. Je agenda loopt langzaam weer vol met afspraken, de tandarts is opeens terug van vakantie en hé, er komen weer nieuwe vacatures waarop je kunt reageren online. Dit moment zorgt bij heel veel mensen voor een dip. En ja, ik moet toegeven: ik word al een klein beetje verdrietig als ik aan dit moment denk.

Tip: Als je dit leest weet je dat dit moment gaat komen, maar je weet ook dat je nu nog een hele zomer voor je hebt. Geniet, geniet, geniet en denk ergens op dat moment in augustus terug aan alle leuke dingen die je hebt gedaan. Aan de zomer komt altijd weer een eind, maar gelukkig komt hij ook ieder jaar weer terug…

Moedertjesdag

Eigenlijk heb ik altijd drie mama’s gehad. Daar prijs ik mezelf gelukkig mee.

Ik herinner me nog goed dat toen mijn broertje en ik nog ‘de kleintjes’ waren, mijn zus Renée ons door middel van een spel naar bed deed. Dan zei ze “commando tanden poetsen!” of “commando over het bed lopen!” en daar gingen we dan. Een paar jaar later sloten we het ritueel af met door de kamer dansen op Whitney Houston’s How Will I Know. Dat was fijn.

Of toen ik wat ouder was en moest slapen maar een beetje sip was, dat ik een verzoeknummer op een briefje onder de deur van mijn zus Denise schoof. Dan zette zij dat nummer op zodat ik wist dat ze aan me dacht en ik fijn in slaap kon vallen terwijl zij stond te dansen op de muziek. Maar vaak kwam ze na dat nummer even bij me in bed liggen, om te praten of om gewoon bij me te liggen en me vast te houden. Dan was het weer goed.

En dan hebben we nog mijn ubermama. De aller-, allerbeste. Degene die alles voor mij en haar andere kinderen over heeft, zolang het daar maar goed mee gaat. Die onvoorwaardelijke liefde én opoffering (want eerlijk waar, dat is het). Dat vind ik toch zo bijzonder.

Het mooie aan herinneringen is dat het vaak niet eens echt klopt. Misschien is het maar een paar keer gebeurd, misschien ook niet. De herinnering is zo sterk omdat je gevoel daarbij zo fijn was. Dat is mij heel dierbaar. Ik word steeds ouder en die rollen van mijn zussen en moeder veranderen met mij mee. Mijn zussen zijn nu echt mama’s geworden en ik zie het allemaal opnieuw gebeuren. Dat is heel erg mooi en puur. Misschien wel de kern van het leven.

Later, als ik nog groter ben, hoop ik dat ik net zulke fijne herinneringen creëer voor mijn eigen kinderen. Dat ik ze net zo hard support in alles wat ze wel of juist niet doen. Dat ik ze daarbij kan helpen. Dat ik sterk en kwetsbaar tegelijk ben, maar ook fouten mag maken. Dat ik ze lief heb, en het gevoel kan geven dat het allemaal wel goed komt. Dankjewel lieve mama’s, dat jullie zo goed voor mij zijn.

Scannen0036
Waar het allemaal bij is begonnen…

De vrijheid om een ‘mens’ te zijn

‘5 mei vieren we de vrijheid’, hoor ik al vier weken in een radiospotje. Vrijheid. Misschien wel het meest abstracte begrip dat ik ken. Het zijn clichés, maar zo blijkt maar weer: vrijheid blijft iets vanzelfsprekends, waarschijnlijk totdat je het niet meer hebt.

Het verhaal heeft een gezicht nodig

Twee weken geleden heb ik voormalig concentratiekamp Auschwitz bezocht. Ik had van te voren al bedacht dat het bezoek een behoorlijke stempel zou drukken op mijn driedaagse trip door Polen. Uiteraard stond ik hiervoor in, want ik was gegaan met het idee dat ik de beladen plek wilde zien. Tot mijn verbazing deed de plek zelf me minder dan ik voorheen had gedacht. Bizar. Hoorde ik me daar niet verdrietig te voelen, juist op die plek? Hoorde ik me niet in te leven, juist op die plek? Hoorde ik niet boos te worden, juist op die plek?

DSC_0118

Het was te onwerkelijk om me een voorstelling te kunnen maken van alles wat daar is gebeurd. De enige juiste beschrijving die ik kan bedenken voor het terrein is een moordfabriek. Zo gestructureerd, zo doordacht, zo groot. Hoe gruwelijk dit woord ook klinkt, hoe nog gruwelijker de daden zijn geweest, het is na zeventig jaar niet meer voor te stellen hoe het ooit was. Ik zag niet meer dan een enorm, uitgestrekt terrein met daarop gebouwen die ooit een ander doel hadden dan alleen dat van een monument. De kennis was er, ik was onder de indruk, maar de emotie bleef weg. Wat me wel aangreep? De schoenen achter glas. Schoenen van een vrouw die mijn leeftijd moet hebben gehad. Het verhaal heeft een gezicht nodig om je erin te kunnen verplaatsen. Dat wil tegelijkertijd zeggen dat je mensen moet ‘ontmenselijken’ om ze dit soort gruwelijke dingen aan te kunnen doen.

Ontmenselijken

Het idee dat dit nooit meer zou kunnen gebeuren is naïef. De situatie van zeventig jaar geleden was voor de mensen toen net zo onwerkelijk als dat deze voor ons nu lijkt. Het ontmenselijken, dat gebeurt nog steeds. Er verdrinken dagelijks mensen op de Middellandse Zee omdat ze ergens vandaan komen waar ze niet willen of kunnen leven. De mensen die in gammele bootjes de zee opgaan worden ‘ontmenst’ door ze te degraderen tot een probleem. Er worden op meerdere plekken in de wereld nog steeds mensen uitgemoord om wie ze zijn. Deze mensen worden ‘ontmenst’ door ze alleen nog maar te zien als Jood, albino, homo, christen, gehandicapt, en zo kunnen we helaas nog wel even doorgaan…

Het begrip vrijheid blijft abstract, maar misschien moeten we 5 mei voortaan ook aangrijpen om ons te beseffen dat we elkaar vooral als mens moeten blijven zien.

Een lijst over lijstjes

Lijstjes. De laatste tijd zijn ze overal, maar dan ook echt overal, te lezen. Er is geen ontkomen meer aan. Bedenk een onderwerp en er is ongetwijfeld een lijst van vijf, tien of twintig punten van te vinden: tien dingen die mannen leuk vinden aan vrouwen, tien dingen die vrouwen leuk vinden aan mannen, dé top die aantoont dat je een typische twintiger, dertiger of veertiger bent, een opsomming van alles wat vervelend is aan heel lang of heel klein zijn, 35 redenen om een land wel of niet te bezoeken en ga zo maar door.

Ik heb me er ook schuldig aan gemaakt. Zo kon je hier eerder lezen over een ultieme lazy sunday en schreef ik ook 25 reden om van het werkeloze leven te houden. Eerlijk gezegd zijn mijn mede-quarterlifers en ik inmiddels wel een beetje lijstjes-moe. Zie hier dus alles wat wij “stom” vinden aan het lezen of schrijven van die lijsten. In de vorm van een eh.. Lijstje. ;)  

kaboompics.com_Black pencils with white erasers

1  Ze kunnen soms best confronterend zijn. God, ik ben echt een typische twintiger met mijn levenscrisis. Veel van de punten wist je al wel, maar om alles achter elkaar opgenoemd te zien… Jaiks.
2  Eigenlijk hadden wij dat ene leuke en herkenbare lijstje zelf ook wel kunnen schrijven (maar ja, dat hebben we niet gedaan).
3  Eerlijk is eerlijk; er komt vrij weinig storytelling aan te pas. Soms lijkt een lijstje meer geschreven te zijn om een gat in de blogagenda op te vullen dan als iets waar echt goed is over nagedacht. Zonde, want ze kunnen heel leuk zijn.
4  In bovenstaand geval lijken de bijgevoegde afbeeldingen vaak ook helemaal nergens op te slaan.
5  Wat ons bij nummertje vijf brengt: een bijpassende afbeelding vinden kan soms echt een gekloot zijn. Bij een gewone blog is het al lastig, maar bij een opsomming lijkt er nooit iets te zijn wat de essentie van je stuk weergeeft (ik bedoel, wat zeggen die potloden nou over deze lijst?).
6  Heb ik al gezegd dat ze echt overal opduiken? Is een dag zonder lijstje het nieuwe ‘een dag niet geleefd’?
7  Nog erger dan dat: precies hetzelfde lijstje op tien andere websites zien. Van ons hoeven ze heus niet verbannen te worden, maar van een beetje creativiteit houden we wel.
8  Bij een bepaald nummer lijken mensen maar gewoon punten op te noemen om het lijstje op te vullen. Want ja, een lijstje van tien klinkt toch beter dan een lijstje van negen, nietwaar?
9  Even serieus. Die laatste twee of drie punten. Wat een hel. Daarom stop ik er nu ook gewoon mee. Dus. The end!