Hoe overleef ik een hackathon (deel 2)

Een paar maanden geleden besloot ik mezelf eens uit te dagen. Ik was bezig met mijn afstudeeropdracht met het onderwerp Internet of Things. Toen ik een hackathon met dat onderwerp tegen kwam, kon ik niet anders dan mezelf daarvoor opgeven. Met alle gevolgen van dien…

Hackawat?

Waarschijnlijk heb je het beeld van een grote groep nerds omringd met een heleboel apparatuur en veel snoep. Eerlijk? Dat vooroordeel is wel een klein beetje waar. Hoe suf dit misschien ook klinkt, zo erg is het helemaal niet! Een hackathon kun je zien als een wedstrijd tussen verschillende groepen diverse mensen. Denk aan programmeurs, creatieven, ontwerpers, enzovoorts. Vaak is hier een thema aan gekoppeld. In een grote ruimte wordt per team binnen plusminus twee dagen een oplossing bedacht voor een bepaald probleem. Vaak wordt een app bedacht, uitgewerkt en grotendeels gemaakt. Aan het einde van de hackathon wordt door middel van een demo het grote idee gepresenteerd.

hackathon

Ik weet het, het klinkt misschien wat nerderig. Maar diep van binnen ben ik nu eenmaal een nerd. Zoals ik vele malen heb verteld ben ik daarnaast een grote bange poeperd voor nieuwe dingen. Maar zoals ik ook heb verteld probeer ik dat juist wat vaker te negeren, of in ieder geval om daar overheen te stappen. En dus ging ik er gewoon voor.

Waar ging het mis?

Vrijdagmiddag tot en met zondagavond zou ik dag en nacht aan de slag gaan met een team van experts. Helaas pakte het geheel minder goed uit dan gehoopt. Waar dat aan lag? Allereerst mijn onbedwingbare zenuwen, wat mij slopend moe maakte. Bij het aanmelden was ik alleen (in een mannenwereld!) en moest ik nog een team vormen. Een team dat elkaar niet kent betekent automatisch tijdverspilling: je weet ten slotte niets van elkaar en elkaars specialismen of het gebrek daarvan, wat wel nodig is, wil je aan de slag kunnen gaan. Het helpt dan ook niet bepaald mee als het niveau Engels niet van iedereen even goed is. Er waren meer dan genoeg teams waartegen we streden die wél al eerder bij elkaar waren gekomen. De tijd die wij hebben besteed aan het bedenken van een app, hebben zij gebruikt om een start te maken aan het bouwen van de app. Uiteindelijk vond ik het een vreselijke ervaring en besloot ik voorlopig echt no way nog mee te doen aan een hackathon.

hackathon snoepie

Nieuwe ronde…

Maar ja. Toen mijn favoriete leermeester deze hackathon aanraadde dacht ik: waarom ook niet. Ik wist wat de vorige keer fout ging, dat moest ik gewoon voorkomen. Het idee van een hackathon sprak mij ten slotte nog steeds aan. Allereerst stelde ik direct als belangrijkste doel dat ik wilde leren. Daarnaast wilde ik per se met iemand samenwerken die ik ken en vertrouw. Gelukkig wilde ook mijn favoriete schoolmaatje mee doen. Check! De volledige teams werden onlangs bekend gemaakt, en ik kan vertellen dat er twee echte experts zijn aangesloten. Dubbel check! De laatste stap die we konden zetten was de voorbereiding. Door middel van conference calls hebben we allerlei zaken besproken en staat ook de eerste echte meeting vast.

En verder dan?

Tsja. Verder is het, denk ik, vooral op me af laten komen. Ik vind het nog steeds heel erg spannend, there’s no question about that. Ik ben vooral bang dat ik niets bij kan dragen, ook al weet ik heus wel dat dit onzin is. Je moet zo nu en dan je grenzen verleggen, en dit leek me wel een mooi moment. Ik hoop dat ik er wat gemakkelijker met een afstand naar kan kijken en dat ik niet te druk bezig ben met of ik iets goed of fout doe. Misschien moet dat wel mijn leerdoel worden. Ik ga er in ieder geval in vol goede moed. Wish me luck!

PS Voor de oplettende lezers, de hackathon is inmiddels geweest en ons team eindigde zelfs tweede!! Dit bewijst maar weer: geef het nooit op.

Hoe schrijf ik…

… een sterke motivatiebrief?

Ik denk dat iedereen wel de struggles herkent bij het schrijven van een goede en sterke motivatiebrief. Mijn hoofd loopt de laatste tijd over met vragen als; hoe begin ik die brief in godsnaam, op welke manier kom ik niet over als een student die net komt kijken, hoe maak ik die missende vereiste drie jaar ervaring goed, en euuuh, waarom MOETEN ze mij eigenlijk aannemen? Ik heb in mijn leven verschillende motivatiebrieven verstuurt, maar op een aantal open sollicitaties voor journalistieke banen na, waren die voornamelijk voor bijbanen in een schoenen- of kledingwinkel, of de horeca. Een motivatiebrief schrijven voor een echte “grotenmensenbaan” is hele andere koek; je verwacht meer van een 24-jarige masterstudent dan van een 16-jarige middelbare scholier.

Ik wil dan ook niet aankomen met een lullig en krakkemikkig in elkaar gebouwd cv’tje en een motivatiebrief die overduidelijk ook voor tien andere sollicitaties is gebruikt. Dat gaat me geen uitnodigingen opleveren. Wat wel? Opvallen tussen al die andere motivatiebrieven en overkomen als die ene onmisbare werknemer die ze simpelweg niet kunnen laten lopen. Maar goed, zo’n brief schrijven is niet makkelijk. Zeker niet als je de dit-is-een-sterke-motivatiebrief en de deze-persoon-gaan-we-nevernooit-aannemen-richtlijnen niet kent. Daarom ben ik deze week te rade gegaan bij mijn grote vriend Google en heb ik hem een aantal vragen gesteld over het schrijven van een goede, sterke motivatiebrief. Dat leverde me een heleboel – soms tegenstrijdige – antwoorden op waarvan ik de meest voorkomende voor het gemak maar even in de vorm van een lijstje heb gegoten, zodat de werkzoekende mede-quarterlifers onder ons er wellicht ook nog wat aan hebben: 

kaboompics.com_Girl writing on a black keyboard

1  Vermijd het woord passie. Schijnt oubollig, overdreven en uitgekauwd te zijn.
Wees concreet. Leg duidelijk uit waarom en hoe jij bij de functie past. Vereist een baan kennis van de Engelse en Duitse taal? Geef dan voorbeelden die concreet aantonen dat je die twee talen beheerst. ‘Ik heb twee jaar in Duitsland gewoond’.
3  Zorg voor karakter in je brief. Probeer jezelf te onderscheiden van de rest.
4  Verkoop jezelf, wees overtuigend, maar voorkom arrogantie. Balance is key.
Vermijd het ik-perspectief: praat niet té veel over jezelf, koppel je verhaal aan wat het bedrijf zoekt en richt je op die behoeftes.
6  Maak geen taal- of spelfouten. Obviously.
Zorg ervoor dat de brief aan de juiste persoon is gericht. Spreek de recruiter direct aan als zijn/haar naam je bekend is. Weet je de naam niet? Bel dan even naar het bedrijf en vraag naar de naam!
Lees je vooraf goed in over het bedrijf én de eisen die ze aan de functie stellen. Laat zien dat je je goed hebt ingelezen.
9  Een functieomschrijving bestaat vaak uit steekwoorden, neem de steekwoorden die aansluiten bij je vaardigheden over in je brief, zodat men die tijdens het doornemen van je brief snel ziet.
10  Maak je brief niet langer dan een A-4tje. Geldt ook voor je cv.
11  Maak gebruik van een schrijfstijl die aansluiting vindt bij het bedrijf waar je solliciteert. Maar vergeet daarbij niet je eigen stijl te houden, je brief is immers persoonlijk.
12  Voorkom saaie, stereotype en cliché-uitspraken. Geen enkele sollicitant heeft een 9-tot-5 mentaliteit en iedereen is op zoek naar een nieuwe uitdaging.
13  Wees to the point. Recruiters willen zo snel mogelijk weten waarom ze je moeten aannemen. En als je maar een A-4 aan ruimte hebt, is het wel zo makkelijk om het kort en bondig te houden.
14  Denk erom dat je motivatiebrief een aanvulling is op je cv. Niet herhalen, maar uitleg geven.
15  Vermijd je zwakke punten.
16  Schrijf actief.
17  Zorg ervoor dat je gemotiveerd overkomt, maar voorkom overdreven uitspraken zoals ‘op mijn lijf geschreven’.
18  Wek interesse op bij het bedrijf en zorg ervoor dat ze benieuwd naar je zijn.
19  Zorg voor een originele openingszin. Dit is het moment waarop je meteen kunt opvallen.
20  Match het lettertype van je motivatiebrief aan het lettertype van je cv.

Of al deze tips daadwerkelijk werken weet ik natuurlijk niet, maar het is altijd fijn om een beetje een houvast te hebben, nietwaar? Voor iedereen die in hetzelfde schuitje zit: succes! En voor alle mensen die nog meer tips hebben: laat ze maar horen!

Beginnen

Eén van de moeilijkste dingen die er bestaan vind ik beginnen. Een start maken. Vooral wanneer het iets nieuws en dus onbekends is. Want stel je voor, straks lukt het niet!

Vakantie

Zo langzamerhand vind ik dat mijn vakantie over is en ben ik begonnen met het in orde maken van mijn CV en website, en ondertussen kijk ik rond naar interessante werkplekken. Het is vreemd hoe ik aan de ene kant heel graag keihard aan de slag wil gaan, maar aan de andere kant mezelf tegenhoud. Misschien heeft het te maken met het besef dat ik hierna nooit meer een echte luie studentenvakantie zal hebben. Toch denk ik dat het meer ligt aan de toekomstige afwijzingen. Want die gaan komen.

IMG-20150804-WA0003
Aan al het luie komt een eind… Foto waarop ik in actie ben ;-) gemaakt door Maj op de allerfijnste en mooiste Solar dag.

Back to work…?

De drempel om écht te gaan solliciteren is iets hoger dan ik voorheen had gedacht. Zolang ik niet écht begin, hoef ik niet te vertellen dat ik hier en daar ben afgewezen en hoef ik ook niet te zeggen dat ik ‘nog steeds niks’ heb. Dat is natuurlijk ontzettend krom, en ook wel een beetje dom. Het lijkt weer eens alsof de angst het van mij wil overnemen, maar nee, dat weiger ik. In eerste instantie voelde ik me na twee weken vrij zijn een beetje schuldig omdat ik ‘nog steeds niks had gedaan’. Inmiddels was er ook nog een freelance klus dat op me zat te wachten dat ik een beetje uitstelde. Uiteindelijk hebben diverse lieve mensen dat schuldgevoel uit mijn hoofd gepraat en heb ik mezelf de tijd gegund: ik moest echt even bijkomen.

Dat zorgde er wel voor dat ik mezelf meteen een nieuw doel had gesteld. Vanaf het moment dat ik terug zou komen van het Solar festival weekend met collega-bloggers Maj en Marieke mocht ik nog één dag bijkomen, maar daarna moest ik weer knallen. Ook al doe ik elke dag maar een beetje. En ik weet dat me dat deze maand gaat lukken, want ik heb er zin in. Ik ben er klaar voor. Het is tijd om te rocken!

Als ik later groot ben…

Een echt duidelijk idee van wat ik later zou willen doen heb ik nooit gehad. Toen ik op de basisschool zat wilde ik, net als praktisch de helft van de andere kinderen, dolfijnentrainer worden als ik “groot” was. Wat de reden was voor mijn keuze van die droombaan weet ik niet want zo’n superfan was ik niet van die dieren, maar goed, alle toekomstige autocoureurs, brandweermannen en popsterren denken ook niet echt na over het waarom. Op de middelbare school had ik even het idee om binnenhuisarchitect te worden en tekende ik plattegronden met inrichtingen van denkbeeldige huizen, totdat ik er achter kwam dat er wel wat meer bij kwam kijken dan tekeningen maken. Toen het tijd werd om een studie te kiezen heb ik dan ook veel testen ingevuld om te ontdekken wat ik dan wél zou willen. Uiteindelijk kwam ik bij journalistiek terecht, niet omdat ik zo graag journalist wilde worden, maar omdat ik wel aardig kon schrijven en het anders ook niet wist.

3721809183_4f64706cdb_o

Later is al bijna hier

Inmiddels is de vraag wat ik later wil doen als ik groot ben nog steeds niet beantwoord, en dat terwijl ik mezelf wel als groot kan bestempelen (wat leeftijd betreft dan, qua lengte is het een ander verhaal). Zo groot of volwassen voel ik me echter totaal niet. Als ik vrienden zie die wel meer richting in hun leven lijken te krijgen wat betreft werk of andere zaken die ze leuk vinden, of anderen van mijn leeftijd zie die echt al iets hebben bereikt, voel ik me af en toe nog een jong meisje. Ik heb nog totaal geen idee wat ik zou willen doen na mijn master, ook al zijn er genoeg dingen die ik interessant of leuk vind. Niet weten wat je wil en wel weten dat je het zo onderhand zou moeten weten is best eng. Later is immers niet meer zo ver weg, later begint al over een jaar.

Dé vraag

Wanneer mensen me nu vragen wat ik precies wil met mijn huidige opleiding en wat mijn ideale baan zou zijn, kan ik dan ook lichtelijk geïrriteerd raken. Ik. Weet. Het. Niet. Wist ik het maar, dan zou ik aan de slag kunnen gaan om dat doel te bereiken. Na deze master is het afgelopen met studeren, dan zal ik mezelf toch echt in het werkende leven moeten gaan storten en tegen die tijd wil ik zo onderhand wel bedacht hebben wat dat werk dan ongeveer moet zijn. Daar heb ik het afgelopen jaar niet echt de tijd voor genomen en daarom zal deze zomer dan ook niet alleen in het teken staan van vakantie vieren, maar ook van die steeds dichter bijkomende toekomst. Wat wil ik worden als ik groot ben? Hopelijk vind ik aankomend jaar eindelijk een  antwoord op die ellendige vraag…

Mijn haat-liefde-verhouding met de zomer

De zomer. We hebben op deze blog al vaak geschreven over hoe chill en fijn die zomerperiode wel niet is. Leuke feestjes, zon, lange zwoele avonden en met een beetje geluk komt er ook nog zee, strand en een vliegtuig bij kijken. In de zomer lijkt alles beter. Bijna alles. Vier minder leuke dingen aan de zomer:

1. Komkommertijd

cucumber-slices-614065_640

En daarmee doel ik niet alleen op onzinnige nieuwsberichten. De zomer is een tijd waarin nu eenmaal niet zo heel veel spannends gebeurt. Op zoek naar een baan? Vergeet het maar want no way dat er in de zomer ook maar iemand extra tijd vrij gaat maken voor sollicitatiegesprekken of het beantwoorden van niet dringende e-mails, de helft van het personeel is immers op vakantie. Snel een afspraak maken bij de huisarts? Wat denk je zelf? Bezig met je scriptie? Wacht maar even met die mail naar je begeleider. Waar alles normaal gesproken zo gestructureerd is, ligt in juli en augustus gegarandeerd alles stil. Hoe vervelend ook, jij bent nu eenmaal niet de enige die van die chille zomermaanden wil genieten.

Tip: bereid je goed voor op de komkommertijd en ga mee in de flow. Ga op tijd naar de kapper, regel je zaken met je docenten en verwacht in de zomer niet alleen maar wereldnieuws in het NOS journaal. En hé, dan is het eigenlijk ook best wel lekker rustig zo. 

2. Alleen op de wereld

Dat je tandarts, je docenten, de kapper en je huisarts op vakantie zijn, is nog tot daar aan toe. Dat de helft van je vriendengroep op Ibiza of Mallorca zit,  is in de zomer natuurlijk nog veel problematischer. Zelf word ik altijd behoorlijk labiel als ik weet dat de helft van mijn vrienden in het buitenland zit. Nu kan je eindelijk leuke dingen doen en dan is de helft van je vriendengroep weg. Zo kan het zijn dat er heel even dat ‘alleen-op-de-wereld’ gevoel komt opzetten. Ook vervelend; iedereen is op vakantie en jij bent al geweest. Je bent je opeens bewust van het feit dat je te vroeg bent gegaan. Jij bent al weer terug in de dagelijkse sleur (want zeg nu zelf, dat vakantiegevoel hou je met veel moeite hooguit drie dagen vast), terwijl de rest van je vrienden ligt te chillen met hun billen op het hete zand.

Tip: ook voor deze categorie geldt: go with the flow! Geniet volop van je eigen vakantie en probeer niet té veel op Facebook en Instagram te kijken, want ja de stranden van Ibiza zijn inderdaad jaloersmakend. Plan zelf een leuke vakantie en maak geen foto’s voor je volgers op Instagram of Facebook, maar voor jezelf, zodat je daarna nog genoeg hebt om aan terug te denken. Zo maakte ik vorig jaar een wand vol met zomermomenten voor mezelf. Heerlijk om terug te blikken op een fijne tijd. Bovendien geldt voor de mensen die aan het chillen zijn op een strand ver weg hetzelfde als voor jou, ze komen vanzelf weer terug. 

3. Summerpressure

FullSizeRender

Probleem drie, summerpressure. Groot voordeel van de zomer is dat je agenda zomaar eens een stuk leger kan zijn dan de rest van het jaar. Probleem is wel, zodra de zon gaat schijnen moet je van jezelf leuke dingen doen. Zo vaak komt het niet voor dat je tot laat in de avond met blote benen over straat kunt. Deze zomermomenten willen we in ons koude kikkerlandje nu eenmaal koesteren. Vooral met zeeën van tijd wordt dit een last. Binnen zitten is zonde. Bovendien overspoelt je tijdlijn op Facebook en Instagram met foto’s van mensen in het park, mensen op het terras, mensen op een festival, mensen aan het strand, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Je gevoel zegt dan: IK MOET NAAR BUITEN. De drang om leuke dingen te doen wordt enorm. Voor je gevoel is het nu of nooit. In combinatie met puntje twee kan dit natuurlijk problematische taferelen opleveren. Wat ga jij in godsnaam doen als iedereen op vakantie is? Die lege agenda in de zomer kán ook een last zijn.

Tip: Ja, het is een unicum als de zon schijnt in Nederland en je kunt shinen in je ultieme zomerjurkje. Groot gelijk dat je deze momenten wil pakken. Echter, zodra het móéten wordt, gaat de lol er wel weer vanaf. Er is niemand die je hoeft te overtreffen, want als de zon schijnt is alles goed. Dus zie dit juist als een moment waarop je alles kan doen en niks hoeft, pak eens de trein naar een stad die je niet kent, of pak de fiets en rij naar het dichtsbijzijnde strandje in de buurt. Natuurlijk is samen altijd beter dan alleen. Maar hoe vaak gebeurt het nu dat er echt niemand de telefoon opneemt? Stiekem ook wel eens lekker…

4. Aan de zomer komt altijd weer een eind

In juni begint het te kriebelen, in juli gaan we los, in augustus kunnen we ons het normale leven al niet meer voorstellen. Toch komt ergens in die maand ook het besef dat het in september allemaal weer wordt zoals het was. Vakanties zijn voorbij, het aantal festivals loopt terug van tientallen opties per weekend naar een schamel aantal. De temperatuur loopt nog niet eens per se af, maar de drang om in een shortje of jurkje rond te lopen wel. Je agenda loopt langzaam weer vol met afspraken, de tandarts is opeens terug van vakantie en hé, er komen weer nieuwe vacatures waarop je kunt reageren online. Dit moment zorgt bij heel veel mensen voor een dip. En ja, ik moet toegeven: ik word al een klein beetje verdrietig als ik aan dit moment denk.

Tip: Als je dit leest weet je dat dit moment gaat komen, maar je weet ook dat je nu nog een hele zomer voor je hebt. Geniet, geniet, geniet en denk ergens op dat moment in augustus terug aan alle leuke dingen die je hebt gedaan. Aan de zomer komt altijd weer een eind, maar gelukkig komt hij ook ieder jaar weer terug…

Als het maar ‘leuk’ is

Weet je wat volgens mij het probleem is van onze generatie? De misvatting dat alles maar ‘leuk’ moet zijn. Een opleiding? Als het maar ‘leuk’ is. Een baan? Het moet ‘leuk’ zijn. Een partner? Idem dito. Sinds wanneer hebben we dit in godsnaam in ons hoofd gehaald?

Begrijp me niet verkeerd, ik ben pro ‘leuk’. Natuurlijk! Het is meer dat ik denk dat we nog wel eens vergeten dat sommige dingen gewoon niet zo leuk zijn als je zou willen. Een voorbeeld: hoeveel mensen zijn er die hun werk écht zo leuk vinden, dat ze het niet als werk zien en zelfs al hun vrije tijd ervoor op zouden geven ‘omdat het zo leuk is’? Nog een misvatting: als iets niet per se ‘leuk’ is, is het per definitie stom en moet je het niet doen. Om leuke dingen te willen doen moet je vaak geld verdienen, en om geld te verdienen moet je werken. Soms is iets wat minder leuk of gewoon prima is, een doel naar iets echt leuks. Of misschien wel een zoektocht naar iets leuks. En dat is, vind ik, echt niet erg.

2015_04_08

Ik denk dat onze generatie verkeerd is ingelicht en dat vind ik frustrerend. Jaren zijn we op zoek naar hetgeen wat we leuk vinden en waar we blij van worden. Sterker nog, we staren ons er op blind. Dat is goed, maar we slaan er in door. Wie is er slechter van geworden om verplicht door je ouders op bezoek te gaan bij je opa of oma? Wie voelde zich niet geweldig nadat je de discipline had om wel naar de sportschool te gaan, ook al wilde je echt niet gaan? Of anders bekeken: zou een relatie echt zoveel beter zijn wanneer je never nooit meer ruzie zou hebben? ‘Niet leuk’ is niet slecht of stom. Het is anders. Je leert ervan. Ja, zelfs van ervaringen die op dit moment afschuwelijk zijn.

Het gaat er naar mijn mening om dat je op zoek gaat naar een fijne tussenweg. Het is belangrijk om er achter te komen wat je echt niet leuk vindt, om vervolgens te vinden waar jij je wel fijn bij voelt. Het is goed om het verschil tussen vreselijk en niet leuk te zien. Om dan vervolgens soms iets te moeten doen waar je even geen zin in hebt, is dan ook geen probleem meer.

De 3.0-jobhop-netwerk-samenleving: lang leve de vrijheid?

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: onze generatie quarterlifers is gedoemd. Gedoemd omdat de kans dat wij de komende jaren vastigheid vinden vrijwel nul is. Een kleine nuance: ik heb het hier over werk. Werken doen we tegenwoordig namelijk in een vrije-3.0-jobhop-samenleving. Dat betekent geen vaste contracten meer of een baan waar je tot je vijfenzestigste kan vastroesten. Netwerken is het codewoord. Werken op projectbasis en hopen dat je de juiste contacten opdoet. Met een beetje geluk kun je op die manier je agenda vullen met opdracht voor verschillende opdrachtgevers, projecten en andere bezigheden. De kans op een vaste baan, die wordt met de jaren kleiner.

De optimistische visie

De vraag die je hierbij kunt stellen: is dit erg? Misschien niet. Aanhangers van het zogenaamde 3.0 denken herinneren mij eraan dat het een unieke kans biedt om jezelf te ontplooien en om te doen wat je echt leuk vindt. Je belandt na het behalen van je diploma niet standaard bij een organisatie waarbinnen je de 40 jaar (of 45, 50?) tot aan je pensioen kunt spenderen. In plaats daarvan begin je aan een groot avontuur zonder dat je weet waar het eindigt. Het gaat niet langer om een papiertje dat je hebt gehaald en je automatisch toegang biedt tot een vaste baan binnen het werkveld, maar om wat je echt kan en leuk vindt. En daar achter komen, dat is een ontdekkingstocht. Een ontdekkingstocht die bestaat uit heel veel verschillende banen, contacten, ervaringen, projecten en cursussen. Een ontdekkingstocht waarin je jezelf optimaal kunt ontwikkelen. Het gaat om buiten de gebaande paden denken. Durven en uiteindelijk de kans krijgen om het ergens te doen. Totdat je weer een andere weg inslaat. Blijven hangen in een vaste baan is passé. Waarom zouden we dat nog willen?

De pessimistische visie

De pessimistische visie (misschien stiekem wel mijn visie) is de volgende: als twintiger moet je kei- en keihard werken om je diploma te behalen. Op school word je klaargestoomd voor een carrière binnen het beroepsveld van de desbetreffende studie. Goede antwoorden op een tentamen bieden je garantie op studiepunten, studiepunten geven je vervolgens de garantie op een diploma. Maar hallo? Hoe zit het dan met die ontdekkingstocht die ik straks moet gaan beginnen? Om een baan te vinden moet ik toch kunnen laten zien wat ik weet? Waar ik goed in ben? Hoe kan ik in godsnaam uitblinken als al mijn studiegenoten diezelfde meerkeuzevragen op het tentamen aanvinken? Hoe kan ik straks dan laten zien wat mij uniek maakt?

Iedereen die wel eens heeft gesolliciteerd of die zich al een beetje verdiept in vacatures, weet dat het gemiddelde aantal jaren ervaring dat wordt gevraagd voor een simpele startersfunctie al snel op 2 jaar ligt. Waar, in godsnaam, moeten we deze ervaring opdoen? En hé, hoe zit het met dat hele durven en doen? Studenten wordt nog al eens verweten dat ze aan rendementsdenken doen – het niet meer doen dan nodig. Hoe kunnen studenten dit ooit afleren als ze vanuit school leren dat studiepunten heilig zijn, en vervolgens bij hun eerste sollicitatie kalendermaanden ervaring in hun agenda moeten afstrepen? Waar is dat mooie 3.0-denken gebleven? Op dit moment lijkt het alleen weggelegd voor mensen die in de ‘oude’ samenleving hun ervaring op hebben kunnen doen, en deze ervaring nu kunnen gebruiken in hun zoektocht naar wat ze écht willen.

Tussen wal en schip

Dus nu rest mij een beetje de vraag: en nu? Hoe moeten wij twintigers ooit carrière gaan maken als we zo tussen wal en schip vallen? Voor ons zien we succesvolle netwerkers die hun sporen in het beroepsveld hebben verdiend met stabiele banen. Daar plukken ze nu de vruchten van. In onze nek hijgen de jonkies die nu op school opgeleid worden. Het zal je verbazen hoe het onderwijs op de basisschool er tegenwoordig uitziet. Niet te vergelijken met dat van ons. Die schattige kindjes met snottebellen onder hun neus die je overdag in de zandbak ziet spelen worden klaargestoomd tot ijzersterke projectwerkers en netwerkers, kortom; de generatie van de toekomst.  Zie ik alles te sober in? Ben ik te onzeker? Of raak ik toch nog een kleine kern van waarheid? De toekomst zal het leren. Vooralsnog voelt die vrije-3.0-jobhop-samenleving voor mij behoorlijk benauwend.

Falen is de bom

falen

In het kader van mijn afstuderen ben ik erg veel bezig met het lezen van literatuur. Omdat al die lettertjes mijn hoofd nog wel eens laten tollen, kijk ik graag informatieve filmpjes tussendoor. Je kent het wel, oppeppende TED Talks waar je weer lekker veel energie van krijgt. Zo kwam ik onlangs terecht bij deze video van Derek Sivers met de titel: “Why You Need to Fail”.

If you’re not failing, you’re not trying hard enough

De presentatie is visueel gezien niet bepaald de meest aantrekkelijke, maar het is wel een onderwerp dat mij intrigeert. Ik ben ten slotte een grote angsthaas, dus het is altijd fijn om te horen waarom het nou zo goed is om ‘te falen’. Alhoewel ik ietwat sceptisch begon, werd ik halverwege toch blij verrast. We weten allemaal dat fouten maken ervoor kan zorgen dat je dingen beter kunt onthouden. Vandaar ook: if you’re not failing, you’re not learning. Doen wat je al kent is leuk, maar het verbetert je vaardigheden niet.

Ook is het niet geheel onlogisch dat je door te experimenteren, waarbij je meerdere opties als het ware uitprobeert, veel nieuwe dingen probeert die je voorheen misschien niet zou doen. Dat kun je dan tegelijkertijd niet echt als falen zien: het is ten slotte een experiment.

Fixed mindset & growth mindset

Maar waar ik echt geboeid door raakte, was het gedeelte over de fixed mindset en de growth mindset. Ken je dat stemmetje, diep van binnen die zegt dat falen geen optie is? Dat je de beste moet blijven omdat mensen anders minder of zelfs geen respect meer voor je zullen hebben?
Mensen met een fixed mindset geloven dat talent van binnenin komt: ik ben hier goed in of ik ben hier niet goed in. Zij geloven dat je bent geboren met talent. Mensen met een growth mindset geloven iets wat naar mijn mening veel mooier is: talent komt als je er hard voor werkt. Je bent ergens nu nog niet goed in? Prima, dan is dat jouw nulmeting. Vanaf dat moment kun je met hard werken alles bereiken.

En toen viel het kwartje. Ik ben een firm gelovige in hard werken. Maar diep van binnen heb ik, ietwat onbewust, een fixed mindset. En die mindset is dus enorm nadelig. Een gefixeerde gedachtegang doet namelijk pijn. Je haalt, ondanks dat je dat wilt, niet het beste uit jezelf. Je denkt dingen niet te kunnen, want je hebt daar nu eenmaal geen of minder talent voor. Het positieve nieuws? Een mindset kan wel degelijk veranderd worden. Een voorbeeld? Het is bewezen dat iemand uiteindelijk beter presteert wanneer hij geprezen wordt voor zijn harde werk in plaats van zijn intelligentie. Iets om te onthouden voor de toekomst, wat mij betreft.

Stop met vergelijken

Het praatje heeft een cheesy afsluiter, maar wel een die fijn is. Zelf zien we altijd de fouten die we hebben gemaakt. Wat we dan nog wel eens vergeten, is dat je bij een ander alleen maar het eindresultaat ziet. Vergelijk daarom nooit jouw binnenkant met iemand anders zijn buitenkant. Als iedereen meer van zijn eigen proces, inclusief het bloed, zweet en de tranen, zou laten zien, zouden we elkaar een gunst doen. En daar kan ik het niet meer dan mee eens zijn.

‘t Is hier – echt waar hoor – fantasties!

Ben ik de enige die nieuwe dingen niet van begin af aan ‘superleuk’ en ‘fantastisch’ benoem? Is het daadwerkelijk zo gek dat ik nog niet echt op mijn gemak bij mijn flexwerkplek zit en dat ik nog steeds geen idee heb of mijn collega’s ‘ge-wel-di-ge’ mensen zijn? Momenteel zit ik in de derde week van mijn afstudeerstage en dat gaat prima. Prima. Niet geweldig superleuk op mijn eigen werkplek met de gezelligste en meest geweldige collega’s ooit. Nog niet.

februari2015

OMG IT’S THE BEST

Een groot deel van de mede-afstudeerders die ik spreek is vanaf het begin al laaiend enthousiast over het afstudeerbedrijf en de afstudeeropdracht. Het is er geweldig. De taken zijn uiteraard enorm uitdagend en de mensen die ze leren kennen zijn nu al vrienden voor het leven. Overigens verschilt dit niets van de meewerkstage die iedereen een jaar eerder moest lopen.

Ik vind dat gek. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat je dat nú al oprecht denkt. Je zit er net, hoe kun je nu zulke uitspraken doen en voelen? Daarbij word ik onzeker van die uitspraken. Ik raak ervan in de war. Ben ik nou zo raar? Zo niet sociaal? Misschien ligt het ook wel aan mij, dat kan. Ik ben nu eenmaal een twijfelaar en het is duidelijk dat ik er langer over doe om te wennen aan een nieuwe situatie dan gemiddeld. Maar totaal het tegenovergestelde begrijpen doe ik niet.

Vreemde standaarden

Natuurlijk zijn er mensen die er hetzelfde over denken als ik. Mijn vraag is eerder: zijn al die mensen eerlijk? Wat nou, het is meteen geweldig om vijf dagen per week in een onbekende omgeving te zitten aan een opdracht die nog amper is vormgegeven op een afdeling waar je nu nog als ‘tijdelijk’ wordt gekenmerkt?

Waarom is het een probleem om toe te geven dat je nog niet op je plek zit? Waarom niet gewoon eerlijk zijn en je niet cooler voor te doen dan je bent. Dat is niet erg, dát is normaal. Als we nou gewoon allemaal ons best doen en geen gekke standaarden neerleggen voor elkaar. Dan komen we vanzelf wel bij dat superleuke gevoel met die uitmuntende mensen. Uiteindelijk!

Van quarterlife- naar midlifecrisis

Om me heen vallen relaties met bosjes uit elkaar. Voornaamste reden? Hij of zij weet niet goed of dit wel is wat hij of zij wil. Prima. De vraag is alleen: wat wil je dan wel? Dit is vaak niet te beantwoorden. Om de vraag te ontwijken vliegen deze mensen in grote getalen naar Australië of andere delen van de wereld, in ieder geval opvallend vaak aan de andere kant van de oceaan. Vaak met de illusie om het antwoord op de vraag te vinden (of om er maar heel ver van uit de buurt te zijn). Het is de harde realiteit van het leven als quarterlifer.

keuze

 

Onze maatschappij is flexibel geworden, en dat is prachtig. Mannen, vrouwen, hoog- of laagopgeleid, we hebben allemaal de mogelijkheid om onze eigen keuzes te maken. Onze opa’s en oma’s konden misschien een paar jaar van het werkende zelfstandige leven proeven, om vervolgens te trouwen op hun twintigste, om binnen een paar jaar kinderen te krijgen. ‘Contracten’ die je aanging waren voor het leven. Wij zijn de generatie van de jobhoppers. ‘Contracten voor het leven’ bestaan niet meer, zowel op zakelijk vlak als op het terrein van de liefde. We hebben de kans om zo lang over onze keuzes te doen als dat we zelf vinden dat nodig is, en we kunnen ze altijd nog bijstellen. Het gevolg is alleen dat de keuzestress toeslaat. Want als je zo lang over je keuze kan doen als je zelf wil, en je keuzes zelfs onbeperkt nog kan bijstellen, dan wordt het maken van die keuzes er niet makkelijker op.

Want als we de quarterlifecrisis eenmaal overwonnen hebben dan gaan we richting de midlifecrisis, waarin volgens mij deels hetzelfde gebeurt. Het enige verschil is dat je op je vijfentwintigste de keuzevrijheid nog hebt, op je vijftigste zijn alle keuzes zo ongeveer gemaakt en kan je alleen met terugwerkende kracht peinzen over of je het allemaal wel goed hebt gedaan. Vaak denk ik aan de uitspraak: ‘Je kan alleen spijt krijgen van de dingen die je niet hebt gedaan’. Deze gaat op voor een avondje stappen, of die dure vakantie die je wel of niet moet boeken. Wanneer het levensvragen betreft, ligt het naar mijn idee toch iets ingewikkelder. Die keuzes hebben meer gevolgen. Bovendien kun je dit natuurlijk tweeledig lezen: krijg ik spijt als ik niet voor mezelf kies, of krijg ik juist spijt als ik het uitmaak?

Denk maar niet dat onze opa’s en oma’s niet onzeker waren over hun partner, hun werk of hun levenspad. Het verschil is, zij hadden veel minder ruimte om er over na te denken. De keuzemoeheid valt veel quarterlifers zwaar. Goed nieuws; als het goed is heb je over een tijdje al je keuzes wel gemaakt. Man wat kijk ik uit naar de stabiele jaren als dertiger. Om vervolgens weer spijt te krijgen van al je keuzes in de midlifecrisis… That’s life!